Het Zoutarchief van de gemeente Dordrecht.
Toegangsnummer 181: Gerrit Hoogstraten: Rederij en Zoutketen
Gegevens die ook van belang zij voor de zoutketen in Zuid-West Nederland en met name die van Arnemuiden
Deel I : De periode vanaf omstreeks 1660 – 1816 (1860)
Doos I
Veiling (1721) van 1 zoutkeet met 4 pannen. Deze wordt een massive zoutkeet genoemd
Met 4 welgeconditioneerde zoutpannen: daarin met zijn pekeltobbe , stoffsen/stopfsen ?
Alsmede een waterback, 2 woesbakken( een nieuw) 8 kuijpen, 4 stoupen en peeckelbacken,
Veertien zoutdennen ,een klijn turffhock, een groot turfhock, ses huyssens voor de vrouwe, staande en gelegen op den dijk onder Hendrick Ido Ambacht
Opgehangen op de somme van 4000 gulden per pan.
Afgeslaagen en opgehouden . 3000 gulde(n) per pan
Totaal 11000 gulden
Boterzout: moet 9 of 10 uren gezoden zijn
Wit zout , wil het goed zijn moet 4 etmalen gezoden zijn (1762)
Woes ( derrie/zoute modder) bij pompen mag niet
Het seizoen (de teelt) duurt 8 maanden: van 1 april tot 30 november (1763)
Er waren 77 zoutpannen : te grote abundantie ( overvloed) van wit zout.
De leden van de Societeit worden daarover ordinarie modo geconvoceerd.
Resolutien in het Keetboek bedacht op misbruik:
Namelijk het verminderen van de tijd van stoken met als gevolg kwaliteitsverlies.
De turfas moet na de stooktijd onder de pannen 2 of 3 dagen blijven liggen om koud te worden. Waarom ? de turfas werd verkocht/aangewend als o.a. bemesting. Gevaar voor brand?
Na afloop van “de teelt/het seizoen” mag er geen woes/zoute modder in de pannen achterblijven.
Request 1749
Keetmeesters van de zoutketen binnen de Provincie van Holland en West Vriesland willen orde stellen op de invoer en doorvoer van geraffineerd zout uit sommige der naburige provincies. Daarbij wordt Zeeland uitgezonderd. Er was een Provisioneel Accoord tussen Holland en Zeeland.
Voorbeeld:
8 okt. 1749 : Ordonnantie op het Consumptie Zout: de grossiers moeten al het zout dat zij inslaan halen uijt een van de keten binnen deze Provincie en daarvan vorderen een Billiet van den Collecteur.
Klacht: Grossiers en Cashouders kopen geraffineerd zout uit andere Provincien vooral uit Zeeland op . Daarna met voordeel in het klein verkocht.
Beschuldiging van belastingontduiking: tot schade van de Gemeene Middelen.
“Die van Zeeland gaan door Holland heen de zoete rivieren op tot Nijmegen (en verkopen) voor een ongelooflijke mindere prijs”
De natuurlijke situatie van Zeeland
Er was daar in voldoende mate zeewater voorhanden, zonder moeite en kosten.
In Holland met name in de omgeving van Dordrecht en Zwijndrecht moest het zeewater over de zoete rivieren met vervoerskosten en andere heffingen aangevoerd worden.
N.B. Bij het raffineren was het noodzakelijk, gebruik te maken van zuiver zeewater
Klacht dat door “behandeling van het inkomende recht en andere lasten”/ het invoerrecht
de inkoop van grof zout uit Zeeland voor veel lager prijs mogelijk was dan dat van Holland/
waar over meerder gedagt als wel gevoegshalve door suppliant gezegt mag worden
t’ Zout uit Zeeland (wordt) niet onder Eede en sonder eenige praecautie : daartussen ongeraffineerd zout, hetwelk voor al in Duijtsland,daar veel werk van grof gekorteld en swaar zout gemaakt wordt, door onkunde van kopers gekocht wordt “”
Zodoende maken “de koopluyden van Zeeland”grote winst.
De Zoutketen in Zeeland worden ervan beschuldigd dat Zij van De Regeering aldaer “diverse Voorregten”verkrijgen. Zelfs Premien/ subsidies “uit de Publique Cas”
Eis: dat er “ egaliter “belast wordt
Vanwege de fraude kan er slecht geconcurreerd worden niet alleen “tegens buytelans en bij name het bovenlandsche Bronzout, maar zelfs tegen de Zeeuwsche Keten”
Er wordt in dit verband gesproken van een verlies op elk schip van 200 tonnen.
De klachten komen van de keetmeesters van Delfshaven, Schiedam Brielle Rotterdam Dordrecht Muyden Amsterdam Edam Hoorn Enkhuysen Purmerend.
Deze stellen in een ordinantie : Goed zout is gezooden van goede grove zout, zout van zoute en van geen andere zilten; het zout mag niet vermengd zijn met eenig ongerafineerd Zout, hetzij Lissabons of eenig ander sout
Certificatie door middel van een Zoutbrief van de Burgemeester en Regeerders der Stad
In het Extract uit de Resolutien van de Staten van Holland en West-Vriesland in hunne Edele Groot Mog. Vergadering van 19 november 1778, staat hier het een en ander over en ook over de eed die afgelegd moet worden door de “degenen die een “officie”bekleden.
Impost op Turf
Dat geschiedde “volgens de ijcking der scheepen in de sluysen” Er zijn klachten dat het aantal tonnen per geschat schip aanmerkelijk kan verschillen. Bovendien wordt er soms door de turftonsters geknoeid: dat sommige tonnen veel meer turfmolm en minder turven bevatten dan voorgeschreven is in de daartoe vastgestelde ordonnantie…
Op grote schaal werd er geknoeid door turftonsters , turfdragers en turfraepsters
Er mocht vooral geen nat geworden turf, geen “kluyten en ouwer of mul in de keten ontvangen of opgedaan worden.
In 1749 worden er lieden betrapt die onrechtmatig(onbeeedigd) turf tonne(n) of knoeien met de opgave van de juiste hoeveelheid getonde turf.
De Keetmeesters mogen turftonsters selecteren, niet meer op hun beurt. Turftonsters die zich aan collusie schuldig hebben gemaakt mogen tijdelijkgepasseerd worden. Dit zou afschrikwekkend werken.
Er was een berekening gemaakt: over een bepaalde tijd : Verschil tussen de hoe-grootheid der Ykbrieven en de Quantiteit der uitgelosten Tonnen Turf : 100 tonnen.
Ook ’s Lands Impost was met 100 tonnen gekort.
Raadgevingen mijn zoon ter opvolging aanbevolen bij het bestuur der zoutziederij
1.Of de pannen voor het grof of kaaszout op dezelfde warmte gehouden zijn.
Een veranderlijke warmtegraad heeft een onregelmatige kristallisatie ten gevolge, waardoor gij klein zout verkrijgt. Schade: nutteloze brandstof.
De pekel in de kuijpen steeds 16,5 graad, want bij minder gehalte moet men meer verdampen.
2. Bij het inloopen dient gij er op te letten dat er geen drab uit de kuipen in de pan komt. Onmogelijk om de schadelijke invloed daarvan, gebrek aan helderheid te keer te gaan.
Laat dus de overgieting nooit uitsluitend aan het volk over, want in den regel zult gij zien dat het slecht gedaan wordt. Het is altijd nodig hierover zelf zorg te houden. Zorg ook dat er niet te veel woes(slijk) in de kuipen komt want daardoor zoudt gij te weinig zout krijgen en het zoude moeijlijk zijn de pekel op de begeerde sterkte te houden.
Alles vereischt, zooals gij zien zult, zeer veel zorg; als men dat eenmaal gewoon is dan valt zij gemakkelijk.
De warmte leert men gemakkelijk kennen door nu en dan de warmte waar te nemen bij het opscheppne van zout ui de pan..
Niet buitengewoon groote warmte. Bij al te groote warmte verdampt de pekel te schielijk. Voor het grof zout moet gij u wachten al te versche pekel te nemen neem daavoor liever het overschot van boterzout dat gij van 3 a 4 pannen af laat loopen en breng dat in de daarvoor
Ingerichte kuipen. Voor boterzout integendeel moet gij zoveel mogelijk verse pekel gebruiken. Krijgt gij teveel zoogenaamde taaije pekel, deze nergens beter voor aan te wenden dan voor boterzout, want door het stoken wordt zij zeer zacht. Gij komt daardoor ook spoediger van eene vuilen baal af en dien moet men en kan men gemakkelijk vermijden door met verstand een mengsel van verschillende pekelsoorten door elkander te laten pompen.
Zorg dat er bij de pannen hier en daar putten zijn, opdat, wanneer zij lek worden, de pekel niet verloren kan gaan.
Onder de pannen dienen verscheidene platen te zijn, om ook te kunnen zien,waar zij lek zijn.
Zijn de pannen uitgehaald, dan dient er iemand rond te gaan om nauwkeurig te onderzoeken of er ook ergens een lek te bespeuren is, dat natuurlijk dadelijk hersteld moet worden, en zoo het noodig is, moet de pan drooggemaakt worden.
Ook aan de dennen moet veel zorg besteed worden, teneinde de klanten zoveel mogelijk oud zout te kunnen geven.
Dat is voor de zoutzieder wel minder voordelig maar op den duur is het zijn belang: goede waar bindt de klanten, slechte waar doet hen verliezen.
Dat geldt voor elke soort van zout, maar bovenal voor fijn zout. Door de dennen dikwijls te zien, blijft men het best met de behoefte bekend.
Vooral moet gij letten op het fijn-middel zout, daarnaar is dikwijls ongemeen veel vraag.
Het grof-middel of wil men thans wat ligter dan vroeger, daarbij moet het geschulpt zijn. Om het die beide eigenschappen te geven legt men de pan aan, als voor goed grof, maar iets warmer. Op den 5e dag doet gij er 2 ½ lepels …?…. in om het hard worden te bevorderen en het blank te houden in de hand te werken. In de tekst weggelaten
Voor zwaarder zout, gebruikt gij 3 a 4 lepels. Deel dit niemand mede , doe het altijd zelf en mogt gij door ziekte verhinderd worden, laat het dan door uwe zusters doen.
Wees voorkomend jegens allen die aan de keet verbonden zijn, zowel jegens de ambtenaren en het volk als jegens de klanten. Maak u niet al te gemeenzaam met hen, maar wees bescheiden. Streef steeds naar regtvaardigheid. Verwek zo min mogelijk jaloersheid, daar zij dikwijls uwe zaak schaden kan.
Hoor het gevoelens uwer knechten van tijd tot tijd, vooral als het druk is, dikwijls zult gij uit hunnen mond goeden raad horen: doe daarmee uw voordeel , schaam U nooit goeden raad te volgen, wie dien ook U geeft en wees verzekerd, dat de knecht die U een goede raad gaf
En u dien ziet volgen, u daarvoor te meer achten zal.
Leen nooit ’t oor aan praatjes of heimelijke beschuldigingen door den eenen knecht tegen den anderen ingebragt Zie door eigen oogen, wees streng tegen den oneerlijke. Blijf zoveel mogelijk van uwe knechts en klanten onafhankelijk.
Streef bovenal daarna, dat niemand uwe eerlijkheid betwijfelen kan: eerlijkheid wint vertrouwen en wees verzekerd dat uw voorganger nooit de strenge beginselen der eerlijkheid uit het oog verloor.
Gaf hij nu en dan een weinig zout aan dezen of genen, dan deed hij zulks in het belang der keet en dat moogt gij ook doen, maar niet te veel. Neem nimmer geschenken of cadeaux aan van leveranciers want dit is gevaarlijk, dat zou u ongelukkig kunnen maken. Heb geen geheimen voor uw patroon. Alzoudt gij al eens een misslag begaan, kom er rond voor uit, dan zult gij zien dat gij met brave menschen te doen hebt. Verlies gij soms U betrekking door omstandigheden, onafhankelijk van uw wil, dan zult gij u altijd gemakkelijk kunnen redden, zoo gij grondig bekend zijt met uw vak, want er zullen er altijd gevonden worden, die gaarne hun geld lenen voor een solide zaak, door een bekwaam man gedreven.
Maak u daarom vooral bekend met alle wetten die op de zoutziederij betrekking hebben. Lees en herlees totdat gij ze grondig verstaat en blijft er u nog iets duisters in, dan zult ge makkelijk iemand kunnen vinden die U met raad en inlichting wil bijstaan.
Wees bij het lossen van kolen, turf of zout altijd zoveel mogelijk zelf tegenwoordig, om toe te zien of de keet het hare krijgt. Komt er te kort, geef daarvan dan onmiddellijk kennis: verzuimt gij dit, dan komt het te kort voor Uw rekening.
Moet er getimmerd of gemetseld worden, ga dan eerst bij u zelven na hoe dit het gemakkelijkst en het goedkoopst geschieden kan, zonder dat de degelijkheid van het werk daarbij lijdt. Begrijpt gij dat uw kennis te kort schiet, raadpleeg dan een deskundige in wien gij vertrouwen zult.
Gewen U steeds een zakboekje bij de hand te hebben om alles aan te tekenen, wat de keet betreft. Doordat niet te doen, berokkende hij zich veel schade in de laatste 36 jaar:: nimmer 1 cent in rekening gebracht als te weinig ontvangen, of als verzuimd op te tekenen. Wacht U daarvoor, want de patroons zien het ongaarne en bovendien krijgt gij geen vergoeding of tegemoetkoming voor hetgeen gij uzelven benadeelt. Zorg dat er steeds evenwicht is tusschen uwe ontvangsten en uitgaven: dat is dat de kas sluit.
Aan de stook- of vuurplaatsen is nog veel te verbeteren: let daar wel op. Bezoek andere fabrieken, daarbij kunt gij veel profiteren zoo gij scherp ziet en met aandacht luistert: vraag daar veel, zeg weinig. Dat wel een man het kruit uitvond maar dat er vele nodig zijn geweest om het te verbeteren.
Moet er een pan gerepareerd worden zorg dan dat zij zoo vlak mogelijk blijve, daar overtollige diepte schade veroorzaakt.
Laat boven het vuur een plaat rondklappen dan zal het zogenaamde spek zich meer buiten het vuur zetten en dus geen schade van het vuur hebben. Een rond stuk is te verkiezen: ik heb daarmede reeds een begin laten maken, voltooit gij het verder; gij zult U er zeker wel bij bevinden. Buiten het vuur zijn ligtere nagels voldoende.
Maak tegen het begin van January alles in orde om de balans op te kunnen nemen. Herhaal de opneming in het begin van February. Om een eventueel opgemerkt te vinden.
Het verschil wordt gemeenlijk veroorzaakt, doordat men het grof te ligt of te zwaar neemt.
Het is hierbij ook van belang te zorgen dat de kuipen tegen de opneming der balans op het laagst mogelijk standpunt gehouden worden, dan zal daarin minder kans voor verschil bestaan.
Nodig is: een nauwkeurige aantekening van het ruw zout dat ingeslagen en afgegeven wordt, zeker het beste middel om de opneming voor onszelven gemakkelijk te maken.
Verzuim toch nooit eenmaal ’s jaars de bakken droog te maken en die met een scheepmaker nauwgezet te inspekteren, want zijn zij lek dan kan daardoor ongemerkt veel pekel verliezen.
Zorg dat gij den voorraad van brandstoffen steeds in evenredigheid houdt met hetgeen er verbruikt wordt, gebrek aan aan grondstoffen vooral in de winter is schadelijk, zelfs zeer schadelijk, want om aan de gang te blijven zijt gij verpligt langzaam te werken en daarin zit de schade
Wanneer de kuipen schoongemaakt worden, laat dan ook de matten goed nazien, want slechte matten laten de drab ligt in de pan komen.
Bespeurt gij een ongewenste verandering b.v. dat de kristallen te geel worden, dan zult gij goed doen met de pekel zacht in de pan te laten lopen, en zoo dit niet helpt moet gij zoals hierboven gezegd is een paar pan boterzout stoken, om die pekel op te ruimen.
Werkt/wordt ? de pekel klein van stuk en zeer diep geput dan is ze te versch; gebruik dan de pekel van het boterzout.
Bij Bakker ? heeft men jaren lang getobt eer het goed was, maar als er nu goed opgepast wordt, dat men er genoeg make en pekel heeft, dan kan men er het beste kaaszout van maken.
De pekel is daarna het beste van alle voor dat zout.
Ziet het zout soms geel, onderzoek dan den stand van het water en de pekel, overtuig vooral of men de stilstand door op de kuipen te pompen niet gestoord heeft, want de pan dient minstens 3 dagen stil te staan, nadat er voor’t laatst gepompt is, men zal wel eens trachten u hiermede te foppen of te misleiden, als dit vergeten is.
Gij moet voor de schippers allen spoed maken, daar zij afhankelijk zijn van water en wind.
Worden zij vlug geholpen en beleefd bejegend dan kunnen zij u veel voordeel doen. Zij recommanderen u aan allen met wie zij te doen hebben. Ook voor het in orde houden en blijven der gereedschappen voor het volk moet gij goed zorgen daar de knechtser over ’t algemeen nog al onverschillig en achteloos mede omspringen, zult gij goed doen met te zorgen dat ieder zijn eigene gereedschappen heeft, zooals dit nu is ingericht.
Het manden- en timmerwerk is tegenwoordig in redelijk goede staat, blijf er echter ’t oog op houden, want nog al spoedig wordt er nieuw goed genomen, waart men met oud zou kunnen volstaan.
Sta hun die het manden-of timmerwerk verrichten nooit toe voor anderen te werken: dit verwekt ligt verdenking en dit is onaangenaam.Gij moet u vooral ook trachten eigen te maken met de machine, om wanneer er het een en ander aan hapert, niet dadelijk verlegen te staan. Laat de machine niet werken als het peilglas niet in orde is. Als er pakking aangebracht wordt: opletten.
Om stelen te voorkomen, moet gij de behoeften van uw knechts leren kennen.
Steun hen met geld>>voorschieten. Komt dit niet terug >> Noodzakelijk kwaad om grotere verliezen te voorkomen.
Onthoudt gij hun uw ondersteuning, dan bestelen zij U zeker en daartoe is in eene keet ruimschoots gelegenheid.
Ga dus voort hen onder uw bescherming te houden, zooals u voorganger deed.
Hoed hen voor gebrek.
Nooit mishandelen. Onverantwoord
Willen de ambtenaren het waterschip herijken. Bepaalde maatregelen
Het Placaat van 28 mei 1577 in het groot Placaatboek, tweede deel blz 2145
“verbiedende dat egheen Zout in Hollandt en Zeeland in’t heimelick oft openbaer bij iemant van wat qualiteijt of conditie sy sullen weesen, verkoft, vermangelt, gebruyckt of gesleeten sal mogen werden dan alleenlick wit Zout weesende van Zout gezooden en nader 9 maart 1580 om geen Schots- Lunenberger- of ander Zout van geen Zout gezooden in voorss Landen te bringhen, op verbeurte van dat Zout.
In de Ordonnantie op het Consumptiezout staat dat impost moet betaald worden van al het Zout, hetzij grof of fijn, op verbeurte van 100 guldens van iedere Ton of Vat met Vlees en Spek.
Artikel 1 van de Ordonnantie: Verboden dat ongeraffineerd zout ter consumtie zal worden verkogt op een boete van 2000 gulden.
Er zijn tegenwerpingen tegen het uitsluitend aanwenden van geraffineerd zout.
Ongeraffineerd zout zou het bederf meer tegenstaan
Voorbeeld: van de Ieren. Deze gebruiken geen geraffineerd, maar Portugaals of St.Ubeszout voor het vlees dat zij verzenden. De ware reden dat in heel Ierland geen gekarreld geraffineerd zout gemaakt kan worden, ten minste niet gemaakt wordt:
Het zout, hetwelk sy aldaer van Klipzout raffineren, te fijn en te ligt smeltende is; ongeraffineerd is het te hard en syne ziltdeelen niet genoeg loslaat om tot preservatie van Vleesch te kunnen dienen.
Het Iers Vleesch en Spek slacht men in een geschikt seizoen met heel veel zorg, met goed dichte tonnen en goede pekel.
Toch is het verschillende keren voorgekomen dat Iers Vlees hier te Land bedorven is aangekomen.
Nodig is : Peekel uit de Zoutkeeten welke boven de gemeene Peekel praeferabel is omdat ze van Zeewater gemaakt wordt en zo zwaar dat er geen Zout in kan smelten.
Bij het verzouten op de honderd Vaaten Vleesch 5 a 6 pond Korianderzaad gebruikt: volgens de Kamer van Hoorn.
De Haring in Hamburg, Stettin en andere plaatsen aan de Oostzee wordt alleen met geraffineerd zout gewerkt, al is ongeraffineerd zout goedkoper.
Als er Lissabons of St.Ubes ongeraffineerd zout wordt gebruikt ---ook voor St.Jacob—geeft dat aanleiding tot klachten. Hoewel dit soms duurder is dan ander geraffineerd zout.
De stelregel is : Zoutketen moeten zout raffineren en niet tot Pakhuizen dienen van ongeraffineerd zout.
Oorzaak: omstreeks 1780 waren er overschotten door gebrek aan klandizie
In Dordrecht was er sprake van verminderde verzending naar Duitsland. De Keetmeesters zagen een vermindering van gebruikte pannen van 80 tot 64.
Verzoek aan de ED: HO: MO: van een premie van 60 gulden voor elke honderd Zouts dat de Rijn of Maas wordt afgesonden.
Gevolg : prijsbederf.
Steeds meer pannen worden stilgelegd en arbeiders bedankt
Ongeraffineerd zout zou met zand moeten worden gemengd om het ongeschikt te maken voor consumptie. Als dat niet zou gebeuren was het te smakelijk en zou het overal gebruikt kunnen worden met ontduiking van den Impost.
Rondom de Vischersdorpen werd op grote schaal ongeraffineerd zout gebruikt.
Als er niet voldoende geraffineerd zout gebruikt zou worden betekende dat “de Ruine “van de Zoutketen.
Dat zout zou “alleen gezocht (worden) om de cierlijke witheid en sujiverheid en dus enkel voor de geringe Tafel- Consumtie der gegoeden.
Doos I
Uit de Keure en Ordonnantie van 1717 Milieu-maatregel
Er mag geen Asch Slijm of andere vuylicheijt komende uit de Soutkeeten Huysen als anders van wat natuer dezelve ook soude mogen wesen sal mogen werpen of doen werpen in den binnen Berm-Sloot van den voornoemde Swyndregsten Waard, maar ter contrarie deselve brengen ende te houden op de Asbakken door de voornoemde Heere Dyck-Graaf ende Hoogheemraden voormaals aan de Heeren Keetmeesters vergund en aangewezen. Er staat een boete van 24 pond op.
Ordre ende reglement tot bestellinge van de Gemeene Zoutkeeten onder de stadt Dordrecht gelegen 1683.
I Uit de gemeene Keetmeesters uit het midden van haar 2 Overluyden, daarvan 1 boekhouder zal zijn.
II 2 jaaren dienen: alle jaren 1 ander jaarlijks op de 1e maand.
De oudste in bediening : boekhouder
III de afgaande overman zal twee jaren naar zijn afgaan stil moeten staan. Daarna weer eligibel
IV Elk jaar visiteren de Brandtgereedtschappen van de keeten. Wat er aan mankeert repareren of vernieuwen.
V Aande Overluyden moet iedere keetmeester opgave doen van de Arbeijdts-Loonen, soo als de selve noch toe hebben betaeld – dragers, keetvrouwen, Meyskens, Turftonsters, Volsters ende andere bedienende omtrent het Keetwerck omme de selve te examineren en neffens de gemeene Keet-meesters, de Loonen en andere misbruycken in ’t geven van Turf en Zout op ’t uytgaan van de keeten als andersints daaromtrent dependerend op een eenparigen voet te reguleren.
VI De Overluyden moeten een Ordere beramen op het houden van Nacht-Wachten in de Keten
VII Keetmeesters mogen niet onderhueren Boete 50 gulden p.p
VIII Dragers of Keet-vrouwen die in’t stoocken vande Keeten buyten tijds de dienst van hare meesters verlaten hebben, mogen niet door een ander meester aangenomen worden.
IX Wel als redenen hadden
X Veel onordentelyckheden. Vloecken sweren by Gods Naam, misbruiken van Gods Naam Kijven tieren schelden injureren
XI Bij het In-en uitgaan van de teelt moeten de Overluyden de keeten inspecteren
XIII Vaten moeten behoorlijk afgestreken worden: 1 vat op een kwartier zout wordt niet afgestreken, “doch dat het selve matelyck en behoorlyck sal moeten worden opgeleijdt: Boete van 600 gulden elke reyse
4 sacken per hondert worden “toegegeven”
XIV De Overluyden >>> goede correspondentie met Amsterdam, Rotterdam, Zeeland en andere plaatsen, waar zout geraffineerd wordt>
Zich goed overtuigen van de hoogte van de prijzen van ’t geraffineerd zout.
Overleg voeren met de Keetmeesters op Pluraliteyt van Stemmen: de prijsen vast te stellen op eenparigen voet: is belangrijk
XVI De Keetmeesters sullen gehouden zijn hun zoutmaten alle jaren in de maand van Maart behoorelyck te laten yken. Bij controle: gebleken van niet : 6 gulden boete
De zoutmeters en turftonsters moeten alle jaren haren eedt komen vernieuwen.
XVII Niemand mag zout raffineren als hij geen burger van de stad is en mitsdien in deze societeijt sal wesen aengenomen.
Moet zich onderwerpen aan alle punten van deze ordonnantie
Beroepsinstantie bij geschillen: de regeerende Heeren Burger-meesters
XXIII Alle boeten worden beheerd:
De helft voor de Diacony-Armen der stadt Dordt; de andere helft voor de gemeene Keetmeesters
Publicatie van de Staten van Holland
1750
Voor elke ton turf moet worden betaald een accijns van 1 stuijver + 6 penningen voor betere turf moet meer belasting betaald worden.
1757 Gelijke korting van 25 tonnen op iedere hondert tonnen van zowel Holl. Vriese en Groningse turfschippers
1758
Advies van de Gecommitteerde Raden op de requeste van de keetmeesters te Dordrecht om de impost van de Vriesche en Groninger turf te betalen niet na den Yk der schepen maar na de quantiteit Tonnen die daar uit gelost worden en om een rabat van 25 op de honderd
Overgenomen
1771
Request van de Keetmeesters om van het ingevoerd Berg-en Klipzout geen inkomen Regt te betalen
Doos B
Er is sprake van een reder en eigenaar van een waterschip dat geijkt werd en goede kwaliteit zeewater moest aanvoeren. In dit verband is er ook sprake van pompgeld: dat voor rekening kwam van de keetmeesters of eigenaars.
Veilingen:
1806 verkocht : een zoutketen erven met alle dezelfs vasten en lossen gereetschappen, aangelegen thuyn, Arbeijderswoningen, Slymput en verder aangehorigheden> Geschat
2000 gulden + 500 gulden
1790 een zoutkeet en een zesde part in een zoutwaterschip
1 stuiver van ieder gulden tot rantsoenpenningen. De koopers ten eenemaal gereet en contant zullen moeten betalen.in goed, grof, gangbaar Hollands zilvergeld of goude Rijders, geen minder specie dan zesthalven, dog geen schellingen, ook geen heele of gedeeltens van Rijksdaalders ten comptoire van mij notaris drie dagen voor ’t doen der transporten binnen 6 weeken na ’t sluyten der koop.
Niettemin het te verkoopenen met het sluyten van de koop zijn voor Reekening van elk kooper. Het verkochte vrij en onbelast van alle hypothecatien, of dergelijke belastingen en gezuyvert van de ordinaire verponding over den jaare 1782, 100e, 200e of andere penningen, Erfpagt, Havengelt, hoge en lage omslag.
Koper moet betalen de 40e penning en 10e verhooging ten behoeve van het gemeene land Pondgeld en Nakoop ?
Voor een extract dezer condition : 3 gulden, 12 stuiver.
Zegel en getuigen en ’t bezorgen van ’t transport: 1 gulden en 16 stuivers
Inzetters en koopers moeten 2 borgen stellen. Er zijn: veilingnummers
Van de Trekgelden zal de 10e penning ten behoeve van de Diaconie-armen deser stad zijn
Die in ’t afslaan eerst mijnen, zullen koopers zijn, doch niet gemijnt werdende, aan de inzetters gegundt of opgehouden wedrden zullende den afslag geschireden in ’t Venduhuis de Goude Moolen op de Hooge Nieuwstraat te Dordrecht. Kopers en inzetters moeten hun Domicilium kiezen .Bij absentie > van dezelfde kracht. Dat geldt ook voor de omroepers
Te koop
Een Extraordinaire groote regte sterke en bijzonder wel geconditioneerde zoutkeet met 4 pannen. Zes wit-zout en zess grof-zout dennen; een groot en een kleijnder turfhok; tien kuypen; 2 woestbakken, een waterbak, met ap-endependenten van dien, met nog vier wooningen en eenstukje land daaraan behoorend, staande en gelegen onder Hendrik Ido Ambagt, na bij den Dorpe van Zwijndrecht.
De koper dient zich te houden aan de overeenkomsten met de gemeene Keetmeesteren of andere; ook het waterschap.
Den Hoogste Inzetter zal tot trekgeld genieten dertig guldens
20.000 gulden + 500 gulden
Opgehangen op 20.000 gulden en afgeslagen tot op 5000 +550 gulden.
Waterschip: schipper en knecht verplicht het waterschip te lossen en het water uit te pompen.
Het keetwerk moet eerst ’s morgens worden gedaan voor het schip gelost wordt.
Het beste of zwaarste Water dient zonder onderscheid gedistribueerd te worden aan elke keet.
Dit water moet betaald worden, wegende in de ordinaire of gewone Eijk-fles van de Zoutkeet gevuld met ’t zelfe aangebrachte zoutwater boven het gewoonlijk stilstaande gewicht, vijf loot en daarboven twintig guldens.
Altijd een vol schip met water verplicht te brengen.
Verplicht minstens 1 maal per jaar het schip schoon te maken en de slijk die daar mocht zijn, uijtdoen.
Er zijn veel stukken over een goede regeling van aanvoer van zoutwater door middel van een waterschip.
Boven het gewoonlijke stilstaande gewicht vijf loot>> 20 gulden enz.
Beneden de 4 loot niets
Verkoop van een zoutkeet met 4 pannen staande onder H.I.Ambacht met Turfhok Dennen ,woninkjes voor de vrouwen en verdere gevolgen niets dan 6 stukjes land.
Gereetschappen, bakken, koperen maat, houten vat en turftonnen: zo ver die aan de verkoper toebehoren. Gelijk ook het ijzer dat in de keet is 1765
11.000 gulden + 500.
Voorts dat de Den met St.Ubeszout welke van den Verkoper in de keet legt daar zal moeten blijven,zolang tot de verkoper dezelve naar genoegen zal kunnen verkoopen; dan dat het witte zout uiterlik binnen 4 maanden door de verkoper zal moeten worden geruimd en afgelevert en dat de voorraad van turf en zoutwater door de kopers zal moeten worden overgenomen tegen wat de verkoper vroeger heeft betaald.
Koper moet inhouden van Huig den Drager wat de verkoper moet voldoen >> 90 gulden
Overeenkomst
1761
Boeten van zoutpannen, die dezelfde meeter zullen hebben. Half december de eerst pan, onmiddellijk na het stoken ! er zijn 3 beurten > De tweede Tour : half januari.
De laatste in Februari. Bij verzuim der Tour vervelende consequenties.
1735
Het is nodig om een “nieuwen Mistbak aan te brengen” met een lengte van 9 en breedte van
4 ½ voet. Wordt toegestaan. Maar er moet wel een “valdeur “op. Om stankoverlast te voorkomen.
De belasting bedraagt jaarlijks 17 stuijvers en 10 penningen.
In deze bron is er sprake van Straet-, Lantaarn- en Klapgeld o.a. om de veiligheid op de straat te bevorderen.
Verder worden genoemd : Landponden en Pandponden : de LXXXe Penning ten behoeve dezer stede (Dordrecht). Verder oortgens/oortjes(munten van geringe waarde) voor de huijsarmen, duyten voor ’t Weeshuijs en Wagtgeld (impost op de burger wacht ?)
Trek-geld of stryckgelt is een soort premie voor de hoogste bieder: vijff stucken a Aght en Twintigh stuijvers. Van’t stryckgelt uytte moeten reycken den thiende Penningh ten behoeve van de Huysarmen deser stadt.
Daarna (zo nodig) öphangen”
1722
Stukken over het waterschip.
Er is geknoeid. Er is te weinig zout water ingelaten. Er is een te korte tijd bij juffrouw Requirans zout water ingelaten. Ook de prop van het waterschip uitgetrokken en het schip met zoet water gevuld. De uitkijk die op wacht stond, doet melding dat dit vaker gebeurde.
1663 Jasper Aertsen Visscher is gestorven. Zijn weduwe verkocht de boomgaert met huijsinge daarop staande mitsgader de griendinge met de bepotinge met de betailinge ? daarop staand ende alle den gevolge van dien: gelegen bij de soutkeeten.
N.B. Ook zomerhuizen evenals in Zeeland in Arnemuiden, eind 17e, begin 18e eeuw ?
Omstreeks 1765 zou er een soort Compagnieschap van Zoutzieders zijn geweest.
Met de bedoeling om buiten elkaar om geen handel in zout te drijven.
In het Notulenboek staat o.a. vermeld dat de schepen met turf ordentelijk (moeten) worden verdeeld over alle Keeten. De boekhouder(s) moeten gemeenschappelijk inkopen bij de factoirs of schippers
Prijs 6 ½ stuiver en niet hoger per eenheid.
In de Franse tijd veel last van kapers/smokkelaars (uit Engeland e.a.) die proberen zout te verkopen aan zoutkeetenaers
Engelse sloepen met fijn wit geraffineerd zout(klipzout) , voor welk zout de gewone rechten zouden moeten worden betaald.
Het gemalen ruw/ongeraffineerd zout veroorzaakt veel narigheid omdat het nog meer lijkt op geraffineerd zout. De afnemers hebben er hun buik van vol !
Doos E: Eerst : doos D bestrijkt de 20e eeuw
Er is sprake van ruw Frans Zout.De firma G. van Hoogstraten en Zoon met de naam De Zoutbron”wordt hier met name genoemd.
Er vinden keuringen plaats : of dit zout werkelijk altijd onvermengd met andere zoutsoorten wordt aangeboden.
Voor de bepaling van de impost wordt een z.g. inslagbiljet gebruikt
Er zijn conflicten over verkeerd meten.
War is het verschil tussen dennen en “selhuysen”.
Er wordt gewaagd van “ uitgebraaden wordende pannen” die aan reparatie toe zijn
Voor het panneboeten schijnt in 1749 het Duitse ijzer beter te zijn dan het Luikse.
N.B. Iedere keer wordt geeist: verbied het gebruik/consumptie van ongeraffineerd zout.
1750 : Er zijn gedrukte stukken die iedere keer dit weer als substantieel probleem aantonen…
Ook een klacht uit het jaar 1750 over het feit dat er door Grossiers Zout uijt Zeelandt wordt ingeslagen in strijd met de Ordonnantie .
Aanbeveling: de onkosten delen : later zou men spreken van een omslag
Protest: het Zeeuwse Zout moet ook belast worden.
Omstreeks het jaar 1750 is er sprake van een drukke briefwisseling over en aantal zaken:
Zo is , zoals allang bekend is een hardnekkig voortdurend “gebruik “/ consumptie van ongeraffineerd zout. Vooral ook tot nadeel van ’s Lands Inkomen.alsof de ondernemers er niet onder te lijden zouden hebben.
Misbruik onder de Visschery
Als zij thuiskomen van het zout hetgeen zij van de Visschery overhouden een of meer tonnen afnemen, zowel en voornamentlijk geraffineerd zout als ongeraffineerd zout, wordt onder haar bootsgezellen en familien verdeeld en dus haar meesters besteelende.
Groot nadeel voor zowel “het Land”als de “Zoutnegotie”
De Zoutgrossiers en Kramers van het geraffineerde zout worden in hun bestaan bedreigd door
Deze kwalijke praktijken .
Volgens de art. 48 en 49 van de daarop betrekking hebbende Ordonnantie :
Is niet alleen de Boekhouder der Haring- en Visschepen , maar ook de boekhouder van de Schuijten in de zeedorpen er voor verantwoordelijk dat er “ een onnoemelijke quantiteit zout tot de Visscherije opgedaan ter consumptie wordt aangeboden.
Het is namelijk verboden dat stuurlieden iets van het overgebleven zout aan land brengen.
Het moet teruggebracht in het “pakhuys van de boekhouder van haar schip “
Het gaat weer over Lissabons en ander ongeraffineerd zout. De boekhouder en diens knecht moeten beide de eed afleggen. Volgens de Collecteur weigert de boekhouder “ opening van zaken. “ en weigert de eed af te leggen.
Omstreeks 1770:
Met geraffineerd zout, waarvoor geen impost is betaald, worden diverse huisgezinnen gespijzigd.
1697 Generaele Koop van 11 soutpannen
4 pannen 13.600 gulden + 7 pannen 24.900 gulden = 7 pannen 24.900 gulden
3 pannen = 11.500 gulden
Interest over 3 jaar is 1380 gulden : = 12%: dus 4% per jaar.
In 1795 schijnt er gebrek aan geraffineerd zout te zijn geweest: daarom wordt aan de zoutzieders verzocht om langer te stoken.
Over Turf Aan de Turffactoors
Er mag geen turf of kluyten door de schipper of wie het zijn mogt worden verkocht of weggegeven, maar zal de gehele lading in den keet moeten komen. Kluyten moeten mee met de turf getond worden.
In plaats daar(van) te samen 2 st. aan de tonsters en aande de raepsters of volsters te samen 49 stuiver. Dit in plaats van natura !
De natte turff of smoezen of turff die niet leverbaar ( =verkoopbaar ) is, zal op de wal gegooid worden, en zyn ten proffyte van de dragers , dog dezelve zullen dan egter getont en in de keet gebracht worden, en ook aan de Secretaris en Collecteur opgegeven.
De schipper zal van de keetmeester 4 duyten van elke ton onleverbaar turf krygen, m daarvan de impost in Gouda ? te betalen.
De Keetmeester zal aan de dragers voor elke ton onleverbare turf 2 stuivers betalen.
De 19e eeuw
De Groentezouters kregen vrijdom van accijns. Voorbeeld uit 1878
1890 Ook tussen 8 uur ’s avonds en 5 uur ’s morgens mag nat geraffinerd zout uit de pannen sectie A no 845 naar de tegenover gelegen dennen-sectie A no 1253 en 1254 worden overgebracht.
Vervoer moet in open manden en niet in zakken, los, of op enige andere wijze.
De vergunning kan ten allen tijde worden ingetrokken of gewijzigd.
Nu is de Firma Gerrit Hoogstraten en Zoon een N.V. er is een nieuwe autorisatie nodig.
Het geval doet zich namelijk voor dat het zout van de pannen naar de dennen moet worden overgebracht, waarbij de openbare weg moet worden overgestoken.
1861
De Ambulante Recherche te Water met een recherche Vaartuig betrapt iemand die zout vervoert zonder papieren. Dat zout wortd in beslaggenomen.
Dat zout wordt gewogen en geinventariseerd.
Er zijn geenexcuses voor dedze overtreding.
De boete bedraagt daartoe Tiendubbel –Accijns + verbeurdverklaring + het middel van transport 300 gulden boet, behalve ded accijns en de kosten.
1875
Het betreft hier inklaring van ladingen zout te Hansweert. Daarbij worden hoge kosten gemaakt voor het bepalen van de impost.
Er wordt met vachtlijsten ingeklaard.
Duidelijke opgave vereist van welke schippers en welke adressant.
Expedteurs vorderen een hoog bedrag wegens de onkosten
20 december 1888
Exempel: Fraude m.b.t.een emmer van 8 kilogram geraffineerd zout betrapt door een kommies . Er konden geen documenten aangetoond worden.
1853
Het natte zout wordt uit de pannen naar de dennen gevoerd en het ruwe/ongeraffineeerde zout naar de smeltkuipen ongedekt met een biljet rechtstreeks langs de publieke weg. Slechts tussen op en ondergang der zon.
Als de aard der werkzaamheden het met zich meebrengt dat het ’s nachts gebeurtd: daarvan kennisgeven aan de Ontvanger van het In- en Uitgaande Recht.
Ook niet op andere plaatsen dient dit te geschieden. Nodig is: een nauwkeurige afbakening.
En wel schriftelijk, in elk afzonderlijk geval en vor elke nacht vergunning/ kennisgeving.
De vergunning wordt ingetrokken als er geen overbrenging van zot plaatsvindt gedurende de uren waarop zulks volgens de aangifte zoude geschieden.
Voor toezicht: wordt het gewone waakloon by moderatie toegepast op de voet der resolutie van 16 Juy 1847.
Het gehalte / zwaarte van het zeewater wordt naar rato belast.
Administratie der Directe Belastingen: In en Uitgaande Rechten en Accijnsen ter standplaats Zwijndrecht. Titel: Vereffening van het In- en Uitgeslagen zout met de Ontvanger binnen 8 dagen in 1860.
Volgens de Firma Hoogstraten heeft de Ontvanger alleen eigen inzichten gevolgd. De Firma Hoogstraten wil de rekening vereffenen .
De rekening is volgens Hoogstraten op een willekeurige/ onwettige wijze opgemaakt.
De Ontvanger heft zich het recht aangematigd om de gansche voorraad ruw-fransch zout als geraffineerd te beschouwen, omdat er geen voldoende plaats was.
Weer terug naar de 18e eeuw
In 1775 was er sprake van nieuwe belastingen vooral van de Pruisische Koning.
Tollen. Licenten 600 gulden: anders stilliggen.
Sinds 1764 waren er schippers varende te vracht van Dordredcht op Keulen v.v.
Definitie
Wit zout, gezoden te wezen van goed grof zout, van zoute en van geen arger zilte; ende at zelve gekochte ende geleverde Zoutten minste 3 etmalen is gezoden en den tjd van acht dagen ende meer als een hondert op een Denne jtgelegen heeft.
St.Ubes, Lissabons en andere soorten van blank ongeraffineerd zout wordt veel gebruikt: slecht voor de Impost van het Geraffineerde Zout
Vrijstelling van de Impost op het zout op Bokking, Bliek,Stapelvis, Schelvis, Scholle, Magge ? en Geepen. Dat zout niet “misbruiken”
Naar de toenmalige berekeningsmethoden was er jaarlijks 20000 ton geraffineerd zout nodig.
Voor de raffinage zou 60.000 ton turf nodig zijn.
Ruw/ongeraffineerd zout wordt in toenemende mate aangewend voor het pekelen van Iers vlees, en diverse vissoorten
Memorie
Ter voorkoming van alle quade practiquen die dagelijks geschieden met het z.g. St Ubes Lissabons en andere soorten blank ongeraffineerd zout tot merkelijk nadeel van ‘lands inkomsten en ’t debiet der trafique van zoutkeete.
Het debiet van ongeraffineerd zout vermeerdert niet alleen in de steeden maar voornamentlyk in verscheidenen zeeplaatsen.
Zij die zich met voorss Neering geneeren, dat zout niet zullen mogen overdoen, verkopen, weggeven of anders verdistribueren op penen van meynedight en een boete van duysent gulden voor iedere reys zoo voor die geene die het ontfangt als het verkoopt of overgeeft.
De vis werd met ongeraffineerd zout. Lissabons, St. Ubes en andere blanke zilten “behandeld”omdat daar geen Impost op lag. Het geraffineerd zout werd doorverkocht enz.
Bovendien werd het ongeraffineerd zout dikwijls gebruikt in de huishouding ter consumptie tot het zouten van vleesch, spek en andere eetwaren, waardoor het land komt te missen 55 stuivers impoist op ieder zack geraffineerd zout gesteld buyten het nadeel van den impost van de Turf.
In de Ordonnantie staat: een boete van 2000 gulden voor die geene die ongeraffineerd zout ter cosumptie gebruikt.
In verscheyde koopsteden werd meede veel fraude met voorss ongeraffineerd zout gepleegd, alzo de reeders die dito zout uijt zee krijgen, het zelf dikwijls gebruyken tot het oppekelen van Iersch vleesch of Schotse zalm.
Dat mag alleen met geraffineerd zout en pekel bij de keetmeesters te halen.
Volgens dezelfde Ordonnantie mag niemand anders pekel verkoopen, en wel onder verpligting om van ‘Zout of pekel daartoe gebruijkende den Impost te moeten betalen.
Ook fraude dat ongeraffineerd zout gebruikt werd tot het zouten van vleesch en spek ter Consumptie.
Diversche Lieden schoon ongepermitteerd ( behalve keetmeesteren, welke alle onder Eede staan) verkopen ongeraffineerd zout, zonder dat zelfs daarvan een billet gehaald werd bij den Collecteur van ’t Consumptie zout, waar op staat wie het leverd of waartoe het gebruykt werd waartoe die lieden de beste gelegenheid hebben, omdat de makelaars dat zout met klijne partijtjes aan Zeepzieders, Loogers, Snuyfmakers, Tegelbackers en andre Trafiquanten verkopen, welke alle ondergeen eed staande daarmeede handelen naar hun welgevallen ,daar keetmeesters onder Verpligting van Eede Zorge dragen dat die fraude bij hen niet geschiede, en ofschoon er geen ordonnantie op het ongeraffineerd zout is, die er egter ten alleruyterste noodzakelijk was, om de verregaande fraude, die daarmede geschiede voor te komen, zoo leveren keetmeesteren aan niemand ongeraffineerd zout af, of halen daar van bij den Collecteur van ’t Consumptiezout een blank billet waar op gesteld werd de naam van de Keet die het leevert en aan wien, en tot wat gebruijk en om ’s lands Intrest en welzijn hunner Trafiquen te bevorderen, hebben zij de voorn. Collecteur verzogt, dat hij van een ygelijk die dusdaig een blank Billet kwam te halen, zoude afvorderen hun handschrift waarbij zij declareren tot wat gebruyk zulx moet dienen onder belofte van zulx niet ter consumptie te gebruijken, zoals nog heeden geschied.
Door de Haring- en Visreeders werd mede veel ongeraffineerd zout verkocht zonder een billet daarvan te halen bij den Collecteur van ’t Consumptie –zout, daar ‘tzelve niet gepermitterd is, om ongeraffineerd zout te verkopen, maar alleen maar op te doen ten gebruike van hun Haring en Visch.
Uit het voorengemelde is ligtelijk op te maken dat zeer ongeraffineerd zout ter Consumptie gebruikt wierd, tot bijna onnagaanbare schade voor’t gemeene land en voorn. Trafiquen, welke van tijd tot tijd hoe langer hoe erger zal werden.
Verbetering : Alle kooplieden die zout uyt zee aankrijgen >>>> aangeven bij den Collecteur van het Consumptie-zout: wat zout zij daarvan hebben aangekregen, als de Collecteur bediendes zend om inspectie te nemen (bij arrivement) of alsulke aangeving naar waarhijt is of niet: ten eynde zonder zij kennis niets daarvan verkogt of gelevert worde en dat de Stadsmeeters op den Eed aan den Collecteur van ’t Consumptiezout, zullen moeten aangeven hoeveel zout zij uyt dat schip gemeeten hebben en aan wien afgescheept, zullende dat zout niet mogen vverzonden werden zonder een behoorlyk billet van den Collecteur waar op staat van wien en uyt wat schip en aan wien dat gelevert werd.
Indien iemand zout op speculatie wilde opleggen zal hij verpligt zijn om het pakhuys waar zout werd opgelegd aan den Collecteur van ’t Consumptiezout op te geeven ; ook zullen de meters verpligt zijn aan de Collecteur van ’t Consumptiezout de quantiteit die zij gemeten hebben en aldaar is opgelegd aan de Collecteur op te geven en bij de aflevering van dien een behoorlijk billet te halen van ieder partij, waarop staet de quantteyt van ’t zout van wien en uyt wat pakhuys en aan wien het gelevert werd ten ware het een keetmeester was die zulks voor zijn eygen traficq hadde opgelegt.
Niemand zou ongeraffineerd zout moeten kunnen verkopen dan de keetmeesters of aan Haring en Visreeders, Haring- en Vispackers en aan die gene die zout noodig hebben om buyten ’s lands te verzenden, mits daarvan een behoorlijk billet te halen bij den Collecteur van ’t Consumptiezout en te verzorgen een Declaratoir van den Schipper dat hy ’t binnenlands niet sal lossen, zoodat niemand eenige sluykerij van ongeraffineerd zout gepermitterd zal zijn, maar alleen de keetmeesters welke wonwn ter plaatse daar hunne zoutketen staan om op hunne gedabe eed het zelve uyt hunne zoutkeeten af te leveren aan zeepzieders, Tegelbackers, Snuyfkopers, Loyers en andere Trafiquanten die zulk zoort van zout daer toe nodig hebben, mits daarvan te halen een behoorlijk Blank Billet onder affordering van een Handschrift waertoe het moet gebruykt werden, onder speciale belofte van zulx niet ter consumptie te zullen gebruyken.
Dat de keetmeesters aan wie het verkopen of uytslijten van ongeraffineerd zout alleen gepermitteerd is geen Lissabons, St. Ubes of ander Blank Zout zullen mogen verkopen zonder alvorens het zelve te vermengen met een Agste Assche of ander Vuyl ten eynde het niet ter consumptie gebruykt zou kunnen erden – behalve aan Haring-en Visreeder of packers enz.
Ongeraffineerd Lissabons St,Ubes zout of ander blank zout (mag) niet binnendijk gelost worden, behalve met een behoorlijk billet aan een zoutkeet binnendijks.
Men voege hier aan toe dat door het zoute van gemelde waren ( allerlei soorten vis, schar, schol enz enz, met ongeraffineerd zout, dezelve dikwijls oneetbaar zijn om reede van het ruwe salpeterachtige deel dat in het Ongeraffineerde zout blijft, wat door het raffineren verdwijnt: Voor de eter aangenamer en gezonder en meerder consumptie moet bevorderen.
Belasting niet hoog: Voor 10.000 bokkingen , maar 2 ½ ton zout nodig.
De meerder prijs van het geraffineerd zout op zo’n grote partij, maakt bijna niets uit.
Het “bronzout” / mijnzout uit Duitsland schijnt door protectie goedkoper te zijn
Tot vermindering van het debiet van het Bron-zout in Duytsland een praemie ( subsidie) goedgunstig gelieve te accorderen voor ieder hondert geraffineerd zout dat den Rijn en Maas op na boven zal verzonden worden.
Zo komt er meer vraag naar geraffineerd zout en zal ook de impost op Turf hoger uitvallen.
De Trafieken van zoutkeeten zullen bevrijd worden van een Totale Ruine die ze nu te duchten hebben.
De handel op Brabant zal door die premie weinig toenemen, alleen als er schaarste in Zeeland is. Er blijft niets anders over dan eenige leverantie van swaar zout hetgeen de Brabers hier in het najaar koomen zoeken omdat de Zeeuwen zig op dat soort niet toeleggen
Gevaar/kans dat er door de praemie/subsidie er weer overproductie komt en als die subsidie “ algemeen”wordt en niet alleen bedoeld als steunmaatregel t.o.v het buitenland, dan wordt die premie opgevat als extra winst. Dat gebeurt in Leiden. Het leidt ook tot oneerlijke concurrentie t.o.v. de andere trafieken.
Het schijnt dat dit ook in Haarlem en Schiedam plaats vindt.
Nog steeds is er sprake van kwade praktijken met de ruwe blanke zilte: ook in Rotterdam
Er worden premien aan de visserijen toegestaan ter zaeke van nieuwe opgekoome concurrentie met die van andere Mogentheden
Er zijn 148 zoutpannen in deze provincie. 50 pannen produceren voor het buitenland.
De overige mogen geen premie vragen, wijl de concurrentie mankeert (ontbreekt).
1775/1776
Verzoek tot halvering van de Recognitie (heffing) van 24-12 gulden i.v.m. de hoge prijzen van het grove zout en de “hogere tollen”van de koning van Pruisen op de Rijn: dit tot 1785/1786 gecontinueerd.
Deze hoge Pruisische Tollen zijner sinds 1766: betekent: zeer hoge lasten. Gevolg: de handel gaat door Brabant over Ostende naar Brussel: geen transito meer. Dat betekent ook nadeel voor Pruisen
1769: Een reis(excursie) naar Antwerpen waar de keeten met koolen worden gestookt.
1789: een tijd van economische crisis: er worden 4 pannen gedemolieerd(afgebroken/ vernietigd)
Het witte zout wordt van 1767 tot/met 1775 afgeleverd in Vaten
In 1796 : Resolutie: Er mag ni zonder restrictie het hele jaar doorgestookt worden in plaats van slechts 8 maanden.
Doos E
Het Groot- Schippersgilde van Dordrecht
1692
Klacht van kooplieden en andere Neeringdoenden in hout, steen, kalk, Tras Iser en andere Specien. Sinds kort de Graanmarkt is koomen af te nemen in Rotterdam, Delft en elders.
Geen schipper, mag en passant ladinge inneemen die niet aan deze stad gelost heeft of markt-of beurtschipper is.
Boets wegens overtreding waren ten behoeve van de Nederduytsche Diakonie deser stad.
Maximum aan goederen: 6 a 7 hondert sparren of deelen, ses a 7 hoedt koolen, 8 a 9 hoedt kalk, ses a 7 duysent pont Eyser, tras, pannen, steen, suyker, bier, oly. Traan en alle andere Houtwaaren en andere Koopmanschappen naar proportie mogen innemen sonder eenige Recognitie (heffing) aan die van ’t Grootschippers Gilde alhier te moeten geven.
De Gildeknegt daarvan kennis te geven en Zijn Gerechtigheyd ter somme van 6 stuyvers dan was deze “vrij”
1766
Deekene en Agtmannen mitsgaders gemeene Gildebroeders van ‘Groot Schippers Gilde.
Heel weinig scheepvracht al 3 of 4 jaren. Geen levensmiddelen kunnen kopen.
Geen geld voor de Timmerman,Zeylmaker, Wantslaager, Smit; ook niet de materialen kunnen betalen.
Oorzaak: sommige kooplieden prefereren vreemde schippers; sommige kooplieden vormen een tijdelijk samenwerkingverband/kongsi ? : 4 of 5 van hen laden in hetzelfde schip >>>> opperlast + vlot er achter>>> naar Gelderland, Zeeland, Braband en andere Provincien, ’t zij voor het maaken van sluyzen, Molens, Boerewoning of de meestoven. Mag niet geschieden: er zijn schepen genoeg van allerlei grootte om haar voor een Civiele prijs of gelijke Loon te dienen alhier. Er was sprake van een hevige concurrentueslag tussen de verschillende schippersgilden zowel vreemd als plaatselijk.
De facilitering van de negotie aan de vreemde schippers schijnt te worden gepermitteerd.
Klacht aan ED: Groot: Achtb: Heeren en die van de Gerechte en de Kamere Iudicieel der Stadt Dordrecht.
Arrest: Vreemde schepen mogen geen goederen innemen voor vreemde plaatsen. Wel voor eigen plaats en eigen gebruik.
Zoutindustrie
In 1763 werd op verzoek van de keetmeesters de stooktijd bepaald tot 8 maanden: van 1 april tot en met de laatste november.
In 1790 was er gunstig uitzicht dat de keetmeesters meer kunnen verkopen dan geraffineerd kan worden : een stooktijd van 9 maanden nodig. Dat werd alleen voor het koomende jaar toegestaan. De beslissing lag bij de Ed: Groot Achtr: Gerechte en Kamere Iudicieel der stad Dordrecht.
Eed van de Soutmeeter
In ’t meeten oprecht en getrouwelyck gedragen sonder koper of vercooper in ’t meeten te benaelen oft verongelycken, ook geen zout meten uyt een onvrij schip dat verstapelt moet werden, tensij allet selve zout uyt het onvrij schip in een Dordts schip leggende binnen de stadt Dordregt overgescheept, oft wel in ineen Packhuys binnen dese gemelte stadt staende opgedragen zal zyn, oock ’t selve sout niet meeten tensy den opsiender opt verstapelen ’t onvrij schip daert onvrij zout mede aan de stad gecomen is sal hebben gevisiteert en verclaert, dat ick ‘tselve sout mag beginnen te meeten, en daerinne continueren totdat alle het onvrij sout gemeten sal sijn.
Notitie van soutmeeter: van wie gelevert en door wie ’t selve ontvangen, met de juiste quantitteyt sonder te gedoogen dat eenigh van ’t gemelte onvrij sout ongemeten es of in een ander onvrij schip gedragen oft overgescheept sal werden.
Voor een Hondert zout, niet meer als 104 vaten. Naar behoren affstrijken, alvoren dezelve overgegooten zullen worden.
Dat ik aen den Coper niet sal laeten volgen eenig wisselzout, zelfs niet op order van de Vercoper.
Dat ik van Coper of Vercoper geen fooijen oft eenighe vereeringe altoos, hoedanig en onder welk pretext sal eysschen noch ontfangen.
Wel: alleenlyck behoorlyck Drinckebier op ieder halff quartier: dat ik mij tevreden sal stellen
met mijn Salaris door Mijne Ed: Heeren van den Gerechte gestelt
Ick sweer dat ik Capitein van ’t Stapel zal zyn en behoorlyk myne wagt int visiteeren der passerende schepen, behoorlijk en in alle trouwe waernemen zal.
Geen wit oft ander sout laten passeren tensy mij door den schipper werd overhandigd een behoorlyck biljeth, inhoudende de juiste quantiteyt van ’t ingeladen sout en van wien hy tselve tot Dordrecht ontfangen en ingeladen heeft, en behoorlyck verstapelt is en wijders naer myn beste kennisse agtervolgens d ‘ordre op ‘stapelregt geemaneert.
Ick sweere dat ik opsiende op ’t stapel sal syn: alle onvrij zout dat aen de stad compt, ende ’t regt van stapel subject is uyt het onvrij schip binnen de stad Dordrecht in een Dordts schip overgedaen wordt of in een packhuys binnen dese gemelte stad staendesonder te gedoogen dat tselve onvrij zout, gemeetensal werden tenzij >> Dordt oprecht en getrouw opsiende
Korte inhoud van de Eed der Keetmeesters 1683
Geen toematen toegestaan: 104 vaten op de hondert
Geen Wisselzout. Alleen de Manmaat /Wanmaat ? en een Copere Maat per hondert in plaats van Wisselzout ten voordele van de Coper.
Aan de familie wordt geen lagere prijs berekend
Artikel 14 van ’t Gemeene Reglement van de Heeren van het Gerechte:
Prijzen en Conditien, waarvoor ick het wit zout hebbe gecogt en aan de Coopers geleverd in mijn Schuldboek ofte Register opregtelijk aantekenen.
Reglement voor de zoutmeeters
1699 Op ieder ½ quartier 1 onafgestreken vat . 1 kwartier= 25 vaten
In een boek aantekening houden van de quantiteyt datum en naam van degene aan wie ik aflever.
Het zout dat afgestreken wordt dat bij het omkeren van de maat komt te reijsen of te storten, wordt door de zoutmeeter vergoed.
De kopene maat mag worden gegeeven
19 artikelen van het Gemeenschappelijk Reglement voor de Keetmeesters 17 oktober 1683
Beslissen bij meerderheid van stemmen. Contante betaling binnen 1 maand na de ontvangst.
Anders interest: 10 stuivers per maand enz.
Betaling door middel van wisselbrieven
5. Als iemand van de keetmeesters met syn witzout wat mogt verlegen zijn, en genegen was hetselve aan een van syne confraters te vercopen zoo salt hem vrijstaen ’t selve onder de gestelde prijs te mogen vercopen, soodanigh als sy onderling den anderen sullen comen te verstaen, mits dat hy gehouden sy des versogt synde by eende te belooven het selve sout niet minder dandrie etmalen gekookt is, blyvende den Cooper nogthans verpligt omme het selve gecogte sout aan andere Coopers buyten de confrerie niet te mogen vercopen onder de prijs onder de Confrerie gestelt.
6.De keetmeester verpligt bij niet betalen als bij overloopen intrest aan ’t Collegie aan te brengen ende in sulk geval sal geen keetmeester aan dien cooper eenig zout mogen leveren, alvorens dien aanbrenger is voldaen. Als dit ondanks het verbot van de overlieden toch gebeurt , dan de uytstaande schuld als “eijgen “schuld te betalen. Daaraan is iedereen speciaal gebonden.
7. Zal ook geen keetmeester eenig zoutbrief mogen uytgeven tensy daarvoor 22 stuiver Vl. Comt te ontvangen of dat hij hetselve op Reekening sal hebben gebragt en aan geenige Coper de Stadsmakrlaardije laten corten, ofte voor of na de betalinge van ’t vercogte zout vereeringe aan de Cooper te mogen doen en den coop-prijs daar mede direct of indirect te verminderen
Geen Keetmeester zal eenig zout mogen vercoopen of leveren in Schepen daar hij weet eenig onverstapeld zout in te zijn.
Ingevalle door een factoor of makelaar eenig Witzout van een Keetmeester gecogt werd, salmen aan den selve niet meer als 1 ½ gulden per hondert souts voor salaris mogen betalen.
Zoutmeeter Onderdeel van de Eed
Dat gij bekomen zult hebben, behoorlijke Billietten zo van den Collecteur van den Impost op ’t Zout, als ’t Dennegeld en Stadsmakelaardije.
Geen zout overboord werken.
Geen meerder zout zult gij werken als naar inhoud van de voorzeide billietten.
Besluit: Zoo waarlyk moette mij Godt Almagtich helpen.
1720
“De overhaalders zijn uytgestorven. Eenige Coopluyden gebruyken mazelaars of Sakkedragers als zoutmeters.
Dat is gebeurd met 2 schepen die met zout van Amsterdam kwamen
Voorbij dese stad gevaren syn aande Krap ? bij Sarenhoofd ? door Sackedragers ’t selve zout gemeten en bewerkt is geworden.
Op deze wijze word Brood uit de mond genomen.
Ordre voor Meeters en Byleggers van het Zout op ‘’t stuck van haar Arbeijtsloon
(geen jaartal aangegeven : vermoedelijk 1720 ). Deze ordre is stellig afgeleid van veel vroegere Ordonnanties .
De voorzeide meeters sullen voor alle witzout dat met het grote houte vat gemeten wordt voort hondert zout ontfangen drie gulden en twee gulden voor de bijleggers synde ‘tsamen voor’t Hondert vijff gulden
Item sullen de meeters ontfangen voor “vadgelt”van yder werk hetsy groot ofte kleyn 10 stuivers waarvoor de meters het vat in goede reparatie sullen moeten onderhouden.
De Meters sullen ontfangen van groff zout dat met de kopere maat moet gemeten worden te weten van het Franse Groffzout (ongeraffineerd ) 2 gulden en 10 stuivers en van het Spaansche groff zout 3 gulden van ieder hondert
Voort hondert wit zout dat verstapeld moet worden en over en weder gewerkt word, sal worden ontfangen 10 gulden en nog tien stuyvers voor ’t gebruyk van de mande daar het werk mede gedaan wordt.
Met zout dat maar eens met manden over gewerkt moet worden daarvan sal werden ontfangen voort hondert >> 3 gulden.
De zoutmeeters sullen wanneer zij in een zeeschip komen te werken zoo lange in het werk mogen blijven als daar ligters(lichters die een groot zeeschip van zijn lading afhelpen) aan boord sullen komen om groff zout te halen (1721)
Wanneer de ligters al vol syn, ende geen ander schip aan boord wesende, sullen moeten uytscheiden ende beurte komen op de naest daar aanvolgende.
Gulden regel zou zijn dat meeters niet mogen uitscheiden voor het schip leeg is
Over de Beurtschipper
Tevreden zijn met je beurtwerck het sy off het selve groot of kleyn ware.
De Bijleggers ( meeters in de kleyne maat ) voor winkels.
Alle schippers van binnen de stad zullen door zoutmeters en bijleggers van de stad bediend worden “bij het overdoen van zout in haar schepen”
Verbod
Mazelaars of Sakkedragers en andere Arbeytsluyden wordt verboden zout te meten ofte bewerken op verbeurte van 6 gulden ten behoeve van de Armen.
Reglement voort meten en overdoen van (groff) Zout 16 december 1720
Alle witzout dat gestapelt ofte gewerkt moet worden sal gedaan moetem worden bij soutmeeters en bijleggers met sacken schoppen ofte met manden
De meters worden door de keetbazen zelf aan de heeren van den Geregte der stadt voorgedragen. In handen van de Hoofd Officier wordt de eed afgelegd.
De meters wonen alle bij de keten. Moeten aanstods gereed zijn om in en uit te meten.
Schippers mogen uyt hoofde van getij en wind niet opgehopuden worden.
\ook gehouden het zoutwate dat dagelijks geleverd wordt te meten in iedere keet te wegen en de lekkende peekelbakken te dichten.
De meters zijn tegelijk panneboeters omdat er voor een meter per keet geen behoorlijk bestaan is. Ook moeten zij instaat zijn nieuwe pannen te maken.
In welken opsigte alleen sy in dienst en employ der keetbazen zijn en is dit panneboeten een kunst waartoe yder smit niet in staat is maar twelck expresselyk geleert moet worden.
Een halve recognitie van 12 gulden in 1779 voor ieder pan dit lopende en het aanstaande jaar
Waarschijnlijk wegens de overproductie.
Missive / Verzoek
Verzoek om het zout te keuren voor de aflading. Keetmeesters zouden te kwader trouw kunnen zijn, door aan de keurder goed zout te “ver toonen “en slegter afwerken.
B.V. op een denne daaronder slecht zout.
Het gaat om het juiste gewicht; welk soort ruwe zout.
Het ene zout is zwaarder dan het andere . Vaak wordt zout dat 4 etmalen moet zoden, binnen die tijd uyt de pan genomen en ook bovendien de pan te vroeg gekoeld waardoor het zout slapper en lichter wordt. Praecautien nodig.
Aanvullend regelement : Dat voortaan geen zout buyten deze Provincie zal mogen worden versonden tenzij hetzelve ten minste 4 etmalen zal zijn gezoden . Omstreeks 1763.
Mag niet uit de pan uytgehaald of in de pan opgehaald worden. Niet inkoelen dan nae verloop van een uur na het wallen ?
Een zoutbrief nodig/ vereist volgens de ordonnantien van Hun Edele Groot Mog: wordt gerequireerd. Dze zoutbrief moet ondertekend worden door zowel de boekhouder als de keetmeester.
Extra toevoeging ! I.p.v tenminste 3 etmalen 4 etmalen
Eed
Bediende die overtreden – buiten kennisse van de keetmeester – gestraft met cassatie uit hunne dienst sonder bij andere keetmeesteren te worden aangenomen
Laatstelijk: dat geen keetmeester de voorss eedt niet hebbende gepraeteerd zout zal mogen raffineren op een boete van 600 guldens
Te dezer gelegenheid kunnen wij niet afzijn hier bij nogh te melden, dat wij geinformeerd zijn, dat er thans weinig of geen zout in de zoutkeeten alhier geraffineert binnen Uw Edel Groot Achtb: Stadt zou leggen en dat zulks zoude veroorzaakt worden doordien de schippers uyt hoofde van de geringe of mindere vragtloon, die van het zout betaalt word niet genegen zijn zout op vragt in te nemen; waaromme wij de vrijheijd gebruyken aan UEd in bedenking te geven of het niet diensig was de resp. schippers te recommanderen om ieder reys een seekere convenable quantiteyt zout hetzij voor eyge rekening of andersits op vragt uyt de zoutkeeten alhier in te laden en afgaande mede te nemen
Geextraheerd uit het Missive boek.
Extract 1792
Het gaat om “slecht “zout dat naar Keulen gezonden is ( zie boven) dat minder dan 4 etmalen gezoden is.
Zoutmonsters zijn aan ons overgezonden.
Grote fatiges waaraan het zout door het vervoeren en verwerken als andersints onderhevig is. Op gewigt leveren onder alle omstandigheden is heel moeilijk
IN 1792 hebben keetmeesters gedeclareerd dat de eene partij iets zwaarder weegt dan de andere (ondanks 4 etmalen )
Aan de Provisionele Raad der Stad Dordrecht omstreeks 1800
De zetting van het zout te reguleren naar de Marktprijs. Opgave van de tegenwoordige prijs.
Geen genoegzame elucidatie mogelijk
Prijs : zout aan vele Variatien onderhevig. Ligt aan de soorten.
Aan de Kashouders dezer stad
Prijs : van 190 – 200 pond vls ’t hondert of de 104 vaten.
Verzoek van de Keetmeesters 1800
Om de belasting van 150 guldens opt inkomend geraffineerd Zout voor ’t minst met de helft te verminderen ter voorkoming van het meenigvuldige Vertier ? hetwelk met het uytlands Liverpools zout plaats heeft gevonden. Liverpools volmaakt contrabande onder de Generaale benaming van Verboodenen Engelsche Waaren en producten.
Ook voorstel een hogere belasting te leggen op het Lunenburger en Pruysisch Mindens Zout (mijnzout). 150 gulden is genoeg op “vreemd “zout.
1799. De agent van Buitenlandsche Zaaken heeft ter onser Kennisse gebracht eene bij hen ontfangen missive uit Keulen: een zekere Fransche Societeit wil daar een aanzienlijk magazijn Fransch zout aanleggen om de 4 nieuwe departementen met dit produkte verzorgen.
De Centrale Administratie van Aken zou de Municipaliteit van Ceulen hebben gerequireerd om daartoe geschikte lokalen te doen gereedmalen.
Prijzen: 21 livres of 3 ½ Fransche Kroone voor de 2 centenaars, hetwelk met de tegenwoordige prijzen van het Hollands zout bijna overeenkomt.
Regard daarop slaan, want,want er is een tractaat tussen de Fransche en Bataafsche Republieken.
Gewoonte : een vat goet wit sout vrij van alle imposten en alle lasten tharen huijse ( van ieder van de Ambachtsheren) in ruil voor het gebruik van haven + doorvaart 1669
1788
Mr Philips Vrolikhert te Dordrecht in de Zaaken van Heeren Keetmeesteren Middelen beraamd tegen verregaande misbruiken en fraudes bij het tonnen van de turf aan de Keeten
Deze procureur heeft daarvoor een declaratie ingediend.
Jongwyffs
Van hondert tonnen turf te rapen wordt verdient 8 stuyver dat sy onder haer twaalfe delen alles te rekenen voor een keet van 4 pannen.
Als een jongwyf een hele week in de keet werkt verdient sy 2 gulden: bij ziekte of ongestelt en het van een laat (laten ?) doen moet sy geven 3 gulde 10 stuyvers.
Als sy driehondert grof sout werkt waertoe sy heelen dag werk hebbe, wint sy 5 stuyvers en 8 penge (penningen). Bij laten doen 12 stuyvers. Bij 4 hondert wit zout : 5 stuyver 8 penningen.
Laten doen 10 stuyvers
Waterschip pompen : twee stuivers geeft drie ??
De Keetmeesters willen dat er ook bij hoogtijt werd doorgewerkt
Maart 1789
Verzoekschrift door 2 vrouwspersonen van Swyndrecht aan de boekhouder behandigt
1790 Veen uit Wildervank
Veenbaas Jan Clasen in de Wildervanck soms moeilijk aan turf te komen.
Weinig vastigheid. Twisten over de vrachtprijs.
Schippers kunnen beter maar niet in Holland blijven liggen
Aanzienlijke commissie voor alle schippers.
27 juli 1816
Requeste van eenige zoutzieders te Dordrecht (aan de overheid) demarches (te doen) ten einde het verbod van invoer van zout wordt ingetrokken of gemodificeerd, dat de nieuwe Pruisische bezittingen aan den Rhijn, de Roer en de Moezel daarvan worden uitgezonderd.
Vergadering Keetmeesters 9 juli 1816.
10 Juny l.l.1816 ’t Pruissisch Zoutmonopolie ook tot de nieuwe West-Pruisische gebieden uitgebreid. Buitenlands zout verboden
Request : de wens dat het verbod ingetrokken wordt en er meerdere rechten komen.
1782
Extract uyt het Register der Resolutien van de Edele Mogende Heren Gecommitteerde Raaden van de Staaten van Holland en West Vrieslant.
Ordonnantie op de Zeep
Schippers moeten meebrengen een Attestatie te stellen ( ) van het Billet van Uytslag door de secretaris van de plaats of Commissaris van het Veer, daar de Uytlossing geschiedt inhoudende dat zij aldaar (overhandigen). Er wordt veel geknoeid door schippers en wagenaars. Met o.a onleessbare handtekeningen.
Idem Extract 1782
Verbaal van de Inspecteurs Vaster en Voet over Misbruyk van het Ongeraffineerd zout in fabrieken,
De grossiers en Kramers in ’t geraffineert zout zijn verplicht te zweren dat zij geen Lissabons of enig ander ongeraffineerd zout zullen vermengen of verkopen dan nadien er verscheydenen soorten van Traficquante gevonden worden die zulk ongeraffineert zout nodig hebben die het zelve vanuyt de zoutkeete deser provincie gewoon zijn in te slaan en onder dit pretext van dit zout een merkelijk misbruyk kan worden gemaakt, voornamentlyk wanneer dien inslag geschiet bij persoonen die diergelyke Fabricque niet dadelijk exerceren.
Dat alle traficquanten die eenig ongeraffineert in derselver Traficq nodig hebben, hetzelve niet zullen mogen inslaan dan op een ongezegeld billet van de gaarder (collecteur) van het Consumptiezout, hetgeen aan hen niet zal worden verleent dan onder overgifte van een geteekent declaratoir waarbij zij te kennen geven de hoeveelheijd van het ongeraffineerd zout, midsgaaders de trafiq waartoe zij hetzelve noodig hebben met verzoek dat hun daartoe mag gegeeven worden een biljet van inslag onder belofte dat sy het selve ongeraffineert zout direct of indirect niet als consumptiezout zullen gebruyken, doen of laaten gebruyken, op een boete van 200 gulden
Extract aan het Officie Fiscaal tot Nazicht
Edam
De maat wordt met een schep volgeschept; dan zet de meeter er de strijkstok op zoodanig dat er een ruggetje agte de strijkstok blijft staan, en strijkt als dan de maat, behalve het ruggetje gelijk af: hetwelk geschiedt met alle maten.
Dit ruggetje is iets waarmeede de Kooper tegemoetgekomen wordt voor ’t strooyen of storten.
Dit ruggetje beslaat de dikte van de strijkstok.
Purmerend
De Maat is groot 1 ½ scheepel. Dus 2 Maaten volgestort is 1 zak of 96 kop.
Die Maat wordt naa de instorting van het zout op 1/3 na afgestreeken, zodat er ongeveer 2 kop overblijft voor leccage van ieder Maat. Dus 4 kop zout op 1 zak overmaat
Kleyntjes of quartjes worden alhier in de Zoutkeet niet gebruykt.
Als plaatsen waar de zoutkeeten zich bevinden genoemd:
Dordrecht Alkmaar
Haarlem Hoorn
Delft Enkhuysen
Leijden Edam
Amsterdam Medemblik
Purmerend
Enkhuysen : over het meeting : Alle zoutmaaten, die in de keet gebruikt worden: hetzy Scheepels, Kleyntjes of Quartjes worden na de storting afgestreeken.
Alkmaar: Meeten by de halve zak. Ook met kleinere maten voor de boeren
Hoorn: Alle maten worden afgestreeken
Amsterdam: De Maaten: Koopere en houte Maat, waarvan er 2 in 1 zak gaan. Een Kleyntje is 13 zak: dus 26 koopere of houte maate : Kleyntje
Alkmaar: Wanneer het zout in de Maate is ingestort, alsdan wordt de strijkstok er opgezet, en het grootste gedeelte dat er oplegt, wordt er afgestreeken, terwijl er dan wel een derde gedeelte op blijft leggen.
Deze gewoonte van meeten heeft een Metere bericht, die wel 10 Jaare heeft waargenomen en nog dadelijk in functie is.
Rotterdam: In een zak grof zout >>>> 31 maaten
In een zak fijn/boterzout >>>> 36 maaten, namelijk de maat, waarmee de grossiers en kramers uytmeeten.
Muyden: Meeting: 1 maal meten: geheel af, De 2e maal half: in het midden de strijkstok doordrukken tot op de tanden ?, dan strijkt men de helft van de ophoping af. Er blijf ongeveer 2 kop zout zitten. 2 mate >>> 1 keetzak
Afwijking. Deze wijze, dat blijkt uit de klacht van de keetmeesters, uit vrees dat hun handel zou verlopen . Dit speelt in 1787
N.B. Deze overzichten geven blijk van hevige concurrentiestrijd in een periode van overproductie.
Extract uyt het Register der Res. V.d. Ed: Mog: Heeren Gecommitteerde Raaden van de Staaten nam Holland en West Vriesland
July 1782.
Zoo zeer verschillende Capaciteyt der zoutmaten, zowel door door de keetmeester als de grossiers en kleyne Kramers in gebruik. Zo ook Inegaliteyt in de helft der Prov. Belasting.
Van ieder vat geraffineerd zout dat binne Holland en West Vriesland geconsumeerd wordt zal worden ontvangen 5 guldens en de tiende verhoging daarboven.
Deeze wet veronderstelt dat die vaten of wel de keetmaten deezer provincie zijn van ee en dezelfde grootte dan naardien daar in een aanmerkelijk verschil plaats heeft.
1 hondert zouts, zijnde een honderd en vier vats Keetsmaat uyt de keet te Alkmaar afgelevert en te Leyden voor de Inslag door de Zoutmeeters met de aldaar gebruykelijke Zoutmaat hermeeten zijnde niet meer heeft uytgelevert dan 93 5/8 vat.
waaruit een differentie ontstaat van ruym 5 gulden op ieder hondert zouts in de Impost.
De keetsmaat van Leyden schijnt de grootste te zijn, daarna Haarlem, Dordrecht gemiddeld daarna Amsterdam en eyndelyk die van Noord- Holland welke voorkomt de kleynste te zyn.
Niet alleen verschil van vat, maar ook in de manier van meten.
De Maaten dienen over een te komen: volgens het 28e Artikel: anders is er een onwerkbare situatie.
Ook de grootte van een scheepel is “onbepaalbaar “
Artikel 25
Kleine Kramers zullen geen zout mogen verkopen met de zak, halve zak, of minder gedeeltens, tot een 8e part van een scheepel, maar alleen met de kleyne maat, of kop, op een boete van 300 gulden.
Maar er bestaat geen vaste maat !!
600 boete voor iemand die op straat meer verkoopt boven de quantiteyt die Kramedrs uitslaan.
Het zou (moeten ?) komen tot de introductie van een Provinciale Keetmaat
De zoutkeeten dezer Provincie koomen hierin met malkanderen overeen dat zij ieder vat verdeelen in 2 zakken. Iedere zak in 2 Scheepels of Aggelen . Dus 4 Scheepels of Aggelen >>>> 1 vat. Er zal ook een Provinciale Scheepel ( moeten) komen.
Zo haast nu de grootte van het scheepel bepaald is, is ook de grootte van de zak en het Vat bepaald: dat is niet genoeg.
De Manuantie van dit Scheepel moet ook gefixeert worden en aan de Zoutmeeters dezer Provincie worden voorgeschreven.
Belangrijk: de wijze hoe zij dat Scheepel behooren te behandelen en met zelve te meeten – vgl. granen die ter molen gemeeten worden.
De “groote” vraag: tot welk een Juyste Groo(t)te moet dit Provinciaal Scheepel worden bepals, en welk is de beste wijze van Meeting die door de zoutmeeters moet worden in agt genomen.
Nodig: onderzoek: welke de waare differentie tusschen alle de respective Keetmaten deeser Provincie zijn, om uyt dit al een verkiesing te doen, die met opzigt tot het eene, wel de gemiddelste is, en ten opsichte van het andere de beste, en voor de behandeling van het zout wel de geschiktste is. Er was een Inclineren(neigen) van de Groot Mog: Heeren tot het vaststellen eener Provinciale Zoutmaat.
Ook de Provinciale Eijk zal daaraan behooren te worden gesubjecteert.
Objectie: mogelijk: Zodanige keetlieden die een buitenlandsche handel drijven : geen verandering kunnen dulden, en die Maat waar aan hunne buitelandsche Correspondenten gewoon zijn. Maar daar op dient dat hier alleen gesproken wordt van een Provinciale Maat, relatief tot de afleveringen die er binnen deeze provincie ter consumptie voor de Ingeseetenen gedaan worden en dat het aan de Respective Keetlieden dezer provincie behoort vrijgelaten te worden om hun zout naar buyten deeze provincie ten dienste van de Commercie te verzenden, volgens hunne gewoone maat.
Dit dus wat betreft de Aegaliteyt der Keetmaate, waarmede de keetlieden uytslaan, en waarmede de grossiers en klijne Kramers inslaa, want door deze te aegaliseren is de heffing van den Impost over deze Provincie teffens geaegaliseert , en daar meede is dan het eerste defect dat uit de differentie der maaten ontstaat, geremedieert, maar wij denken aan de soliditeyt die daardoor “benoomen”wordt, en haar uitwerking verhindert en gestuyt wordt.
Ter verbetering: in de 2e plaats nodig, dat de Maaten welke de grossiers en kramers tot de uytslag gebruyken, aan malkanderen gelijkgesteld worden, want de differentie die in de selve plaats heeft is nog aanmerkelijker, dan in de keetmaaten, zoodat het bijna niet moogelijk is om daarvan een verstaanbaar verslag te doen..
Dan ! Dezze swarigheyd is minder dan de voorgaande en lichtelyk we te nemen, want zoo haast eenProvinciaal Zoutscheepel is geintroduceerd kan aan de Zoutgrossiers, die by het Scheepel inkoopen gelast worden, dat zij zich by den Uytslag van zoodanigh geijkt scheepel moeten bedienen en dat bij zoverre zij als meede de “klijne “Kramers ook by mindere Quantiteyten inkoopen , zij zich moeten bedienen van zoodanige geeijkte Maaten, als halve, quarten, achtsten en destiende gedeeltens die regelmatig en aan dit provinciaal schepel geevenreedigt zijn.
De Eijk en het toezicht over deeze Maaten die de Grossiers en Kramers tot den Uytslag gebruyken kan toevertrouwt worden aan deselve persoonen die het bewint daar van in de Steeden, en ter platte landen volgens Oude Costume tot hier toe gehad hebben; behoeft derzelver Commissie maar te wordem geextendeerd.
Zo ! Regelmatige heffing van de Impost op het Consumptiezout, als met opsigt tot de Praecautien sufficient kan worden voorzien.
Ook: “den Impost dien conform zoude kunnen worden betaals, op eene aegaale voet”
Kundige personen nodig tot beeter reguleeren van de Impost, meeting enz enz.
De meest gemiddelde Maat, als een grond der belasting om dien conform de Impost van alle de Maaten die in de Keeten gebruykelijk zijn te reduceeren om op elk van dien in ’t bijzonder naa haare meerder of mindere capaciteyt ( de manier van meeting meede in aanmerking genoomen zijnde) de begrooting vanden Impost te appliceren, ten eijnde deselve op een regelmatige voet te kunnen ontvangen.
Lijst der Zoutkalanten
Aalburg, Alblas, Alblasserdam, Almkerk, Alphen, Ameide, Amsterdam, Ammers (groot en klein ), Andernach ( I.M. Caratiola ) Antwerpen, Arcen, Arnhem, Amersfoort, Barendrecht, Bergen op Zoom ( 1 x ) Bingen per Grave , Bolsward, Bommel, Bonn bij Keulen, den Bosch, Boxmeer, Boxtel, Breda , Breyll, Brielle, Brussel, Capelle, Charlois, Duisburg, Elten Emmerik, Essen, Feijnaart, Frankfurt aan M ( 2 klanten ), Deventer ( veel klanten ), Haarlem, Katwijk, Keulen, Leerdam, Luik (1 klant ), Maassluis, Meppel, Maastricht, Mainz, Mannheim, Malburgh, mechelen, Meerdervoort, Middelharnis, Mulheim a/d/ Rhijn + Roer, Naaldwijk, Noordinghe , Nijmegen, Oorschot, Oudenbosch, Roosendaal ( 20 klanten ) Rotterdam (24 klanten), Ruhrort , Schoonhoven ( 14 klanten ) Standdaarbuyten , Thiel ( 8 klanten ) Utrecht, Veen ( M. van Wijnen, G. Verbeek, de weduwe v.d. Velden, van Dulst) Vlaardingen, Vlissingen ( Jan Mes ), Wezel, Zwaluwe ( hoog/laag ) Zwijndrecht.
1793 Klachten over de Meeting, Kleintjes en Quartjes
1782
Van het ongeraffineerd zout
Dat de Grossiers en Kramers in het Geraffineerd Zout verplicht zullen zijn te zweren dat zij geen Lissabond of eenighe ander ongeraffineerd zout zullen vermengen of verkoopen.
Dat alle Traficquanten, die eenigh ongeraffineerd zout in ders. Traficq nodig hebben het zelve niet mogen inslaan, dan op een ongezegeld billet van de gaarder (Collecteur ) van het consumptiezout, hetgeen aan hen niet zal worden verleend, dan onder overgifte van een getekend declaratoir waarbij te kennen gegeven de hoeveelheid + de traficq + verzoek van een biljet van Inslag onder belofte, dat zij het selve ongeraffineerd zout direct/ indirect niet als consumptiezout zullen gebruiken.
Aanneming van ’t Gemeene Werk ( 1778 _ 1784)
De namen Jan de Boer en Cornelis Maas worden als aannemers genoemd.
Alle vuylicheid op te ruimen: uit het zicht weg; jaarlijks uit de schouwen te houden; het erf bij de slijmput te blooten. 50 gulden per jaar in 1791.
Blijvende de slijm in den Gemeene slijmput ter dispositie van de Heer Boekhouder: dan welk slijm egter door de aannemers deses zal worden verwerkt als van ouds.
Iedere Zoutkeet had een Slijmput..
Veiling 26 juni 1889
Zoutkeeten de Eendracht . Ook Oliemolen “Welgelegen “
Hout-en paalwerk moeten onderhouden worden + Keetherenvoetpad; ook onderhoud en vernieuwing van de Brug.
Perceel I : De Zoutkeet, genaamd de Eendragt, met erf en bijbehorende gedeelte onderdijkschen rijweg, zover de Zoutkeet strekt.
Perceel II: Een open erf, thans in gebruik als Asch- of Slijmput. Beneevens de stoep, de keetstoep of Roode Stoep, en het gedeelte onderdijkschen rijweg, zover dit perceel strekt, groot 6 aren en 15 centiaren. De reestoep ? + onderdijkschen rijweg blijven voor het openbaar verkeer open.
Perceel III: Buitenverblijf genoemd de Heremitage, bestaande uit Heerenhuis + erf, tuin, boomgaard, weiland en …. Tegenover de zoutkeet .
Na diverse opbiedingen
Perceel I 1385 gulden
II 200 gulden / 800 >> 70 gulden
III 1910 gulden
Perceelen opgehangen als volgt:
Perceel I 3000 gulden
Perceel II 800 gulden
III 4000 gulden
Geboden I 1485 gulden
II 270 gulden
III 1910 gulden
I en II afgeslagen tot 1250 gulden
III afgeslagen tot 620 gulden
3495 gulden
Strijkgeld 34 gulden is uitbetaald aan de Heer Munnik als hoogste bieder.
Getuigen Joost Pieterman, kastelein en Jan den Hollander, dijk- en gemeentebode.
Totaal oppervlak 23 aren, 25 centiaren.
Er mag geen zoutziederij komen !!! Geen uitbreiding van Concurrentie.
Er bestaat geen voetpad meer.
P.J.A. de Bruine , Burg Zwijndrecht definitieve koper van alle 3 percelen voor 5539 gulden
Woongenot >>>>>>>> oude boerderij opkopen ?
Twisten over toegangswegen moesr worden geregeld + erfpachten + Expiratie van rechten
1733
Zout- en turfdragers
Alle en ieder in ’t bijzonder van syn keetmeester als zout-en turfdrager worden aff- en aangesteld, sonder dat sy met iemand anders omtrent haar wek als zout- en turfdrager iets ter wereld te doen hebben, direct en indirect maar alleen dependeeren ieder van zyn keetbaas.
Dat ieder vam de Heren Keetmeesters aanstelt syn eygen zoutmeter en turftonsters die de Eedt afleggen in handen van de Heer Hoofdofficier binne deze Stadt, mitsgaders zout-en Turfdragers sonder dat iemand anders met deselve iets ter wereld te doen hebbe, maar alleen en geheelyk van haar affhangen en dependeeren seggende:
Soo waarlyk moet ons God Almagtig helpen.
Diverse echte handtekeningen.
1732
Wij certificeren met waarheyt en attesteren dat de turftonnen ( waarmede den Vriesn Turff aan de Keeten staende ende gelegen op Swyndrecht, Hendrik Ido Ambagt ende op de Meyl getont werden ) door onse beedigde branders werden gebrant en gemerkt en dat buyten dien met geen andere Tonnen mag worden getont; dat ook de zoutmaten waarmede ’t Groff en Witt zout in de voorsz; keeten wert gemeeten door onze beeedigde eykers werden geeykt en met geen andere zoutmate witt off groff zout magh worden gemeten.
Burgemeesteren ende Regeerders der Stad Dordrecht.
1729
Extract van verklaring van schippers.
Sedert Mey 1729 heeft de schout van Swyndrecht van ons afgevordert en doen betalen en nog dagelijks daerinne continueert 3 stuyvers van ieder hondert tonnen Vriesche Turff die wij aan de voornoemde soutkeeten onder Zwijndrecht, Ido Ambacht lossen.
Keetmeesteren van de voorn. Keeten ter dier saacken aan on 30 stuyvers iets min of meer betalen als de keetmeesteren die hare Zoutkeeten buyten de Stad Dordrecht onder de Mijl hebben staan alwaer de belasting van 3 stuyvers van de Hondert Tonnen, die aldaer gelost worden niet en is en niet werd betaald en mitsdien ieder Schip Turff dertig stuyvers haar minder komt te kosten.
Extract uyt het Volumen der Documenten ter vergadering van Haar Ed: Groot Mo: Geexhibeert en ter Comptoire van de Heer Raadpensionaris berustende over den Jaare 1729.
1709 : er is sprake van overproductie
15 maart beginnen met stoken. Niet langer dan 8 maanden stoken.
Volgens Dordrecht hielden de Staten van Zeeland en de Zeeuwse zoutzieders zich daar niet aan
Nachtwake
Klapperluyden sullen van de huysen en soutkeeten niet meerder mogen ontfangen als vanouds daartoe is gesteld.
Hieronder kunt U aantreffen en wel inde 2e helft van de 18e eeuw: een selectie van diverse aantal aandachtspunten, vaststellingen en discussiepunten over :
Brandveiligheid
Aan diverse persoonen is aangezegt dat zy hun getal van brantemmers voor haare huysen moesten hebben behoorlyk geteekent.
De “manquerende”brantemmers waaren gesupplieert en alles wel bevonden
De “brantschouw + zelfs over de spuytten alleen wort gedreven door de boekhouder ter presentie van keetmeesters zonder dat resp. schout en Geregte van Zwijndrecht etc zigh daarmede bemoyen of daarin gekent worde. Die bemoeien zich daar niet mee.
Dat sulcx “brantschou “in haare keete bij schout en Gerechte wert gedaan, is een zaak die zij(keetmeesters) ontkennen endat sy bevoegt waren sorge te draagen en order te stellen omtrent het weeren van brant.
Ambachtheren bevoegd om keuren te maken. De zoutkeeten staan op grond van de ambachtsheren, niettegenstaande de fabricage van het raffineren van zout alleen subject is aan de regering van Dordrecht .
De brantkeuren van Dordrecht moeten worden geobserveert/ net als de munt.
De munt, voor zover het ’t gebouw aangaat, staat op de grond van de stad.
Als dewelke getoont is, alleen onderhorig te zijn aan de ordres en regelementen van de regering der stad Dordrecht.
Discussie over autoriteit/ verantwoordelijkheid. Wie Ambachtsheren, Regering of de Keetmeesters zelf
Nevenverdiensten !!
Het drogen van vlas gebeurt bij de keeten hoezeer het ook verboden is. Ook het bakken van brood is verboden i.v.m. het gevaar van brand.
Aandachtspunten, klachten, aanbevelingen en protesten:
Grote ophef van klagten over de pretensien/ vexatien der turfdragers.
Hoe de schippers gehouden zijn en als genootzaakt worden, dezelvde Fooijen mitsgaders genever + bier te geven en sulcx in groote Quantiteyt, als op andere plaatsen.
Dat de turfdragers particuliere bedienden van de keetmeesteren zijn.
Dat vervolgens aan haar(de keetmeesteren) moet geklaagt worden ingevalle door haar volk ongeregeldheden worden begaan.
Dat keetmeesteren zelfs in der daat alle die foyen en drinkgelden onder haar turf moeten betalen.
N.B. Verklaring van (turf) schippers dat zij de turf wel beter koop (goedkoper) zouden kunnen geven
By aldien zy niet verplicht wierden sooveel foyen en drinkgelden te geven aan de dragers.
Klachten ydel: dat het altyd uytkomt (het kind van de rekening ?!!)op de keetmeesters.
Behalve dat ook dat vorderen van Foyen en drinkgelden niet moet te boek gesteld worden voor vacatien /vakatiegeld
Die Foyen en Drinkgelden worden gezien als een tegemoetkoming aan de geringheyd van haar gewoone arbeytsloonen.
Turfschippers klagen : uyt aanzigt van die Foyen hare turf tot hoogere prijse (moeten ) verkoopen
N.B. Zoo spreekt het vanzelf dat gemelte Foyen en Drinkgelden altemaal worden betaald by Keetmeesteren.
Schippers hebben niet altoos sujet tot klagten (reden tot klachten)
Wat !? als de schippers geen turf willen leveren op de oude voet. Dan genoodzaakt naar andere middelen om te zien.
Op welke wijze kunnen quade conduites (slechte gedragingen van de dragers) bestreden worden : het schijnt zo : de opsiener (heeft) “geen schaduw van macht /niet de minste autoriteit .
De last van 3 stuivers op ieder hondert tonnen Vriesse turf quasi niet is gelegt op keetmeesteren, maar op de schippers.
Direct vorderen middels Requesten; of stilzwijgend de Turf duurder te verkopen.
Turf zou veel goedkoper zijn als de Foyen en Drinkgelden niet zo hoog waren.
Ook de Opsiender kost geld Aan de Myl daar geen Opsiender is, evenveel daarvoor hebben genomen als onder Swyndrecht en hendrik Ido Ambacht.
Preuve (bewijs) dat de schippers over al nemen de hoogste prijzen die zij kunnen bedingen.
Zonder dat zij lossen op plaatsen daar minder lasten zijn, juist soo soigneux zjn (er voor zorgen) om te rekenen hetgeen zij minder moeten betalen.
Als wel dat sy altoos in het ooge houden die lasten die zy op sommige plaatsen meer moeten geven.
Dat sy niet meer voor haar turf nemen als de gemeene markt is op alle andere plaatsen.
N.B.
Op andere plaatsen op verre nae soo groote Foyen niet worden gegeven als op Swyndrecht en Hendrik Ido
En so blijkt dan dat sy altoos seer wel weeten te passen op haar intrest (eigen belang )
Twee Keetmeesteren hun keeten hebbende op de Myl kopen hun Turf met een korting van 3 stuiver op ieder hondert ton (nen)
Dat de turfschippers aan haar keeten lossende dat gelt aan geen osiender behoeven te betalen.
Evenwel willende schippers haar turf soo gaarne lossen op de grond van de Myl en in Swyndrecht; Hendrik Ido Ambacht.
De getuigen zeggen dat sy de korting niet anders dan knorrende en kyvende hebben toegestaan.
Wel toegestaan.
N.B. Hoe men het wendt of keert de last komt altijd op den hals van de Keetmeesteren/ pannelieden, zonder dat verkopers of schippers daarbij eenighe schade koomen te leijden ?!
Soo is het niet te verwonderen dat sy ( de schippers ) niet klagen over de praetensien van de Opsiender.
Die Opsiender is door de Ambachtsheren aangesteld
Als met Officieren off Geinteresseerden van het Gemeene Lant, die publica auctoritate kunnen ageeren ende minder suspect zijn van haar eende turftonsters eenen lijn van corruptie te sullen trecken
Belangrijk is dat er goed getont wordt onder toesigt van de opziener
N.B. Selectie/ geen toerbeurt voor turftonsters !!
Opsiender (inspecteur ) nodig of anders ruine der Fabrique
Tegengeluiden :
Jaarlijkse vermindering der geloste turf sedert de tyt van de Opsiender en by gevolge ook de vermindering van de Fabrique.
Onderscheyt der geloste Turff tusschen de jaare 1728-1731 reets monteert tot de quantiteyt van 48615 tonnen
Verval der Fabrique niet zo groot is als sedert het aanstellen van den Opsiender
Tusschen 1 april 1732 en de laatste maart 1733 in Dordrecht totaal 302985 tonnen.
Tussen 1 april 1728 en maart 1729 maar 282843 tonnen in Hendik Ido Ambacht
Weer een ander geluid :
De Fabrique onder een Opsiender gaat beter in plaats van slecht.
De schepen zijn naast het gebruik van een Opsiender ook geeykt
Dat de 3 stuyvers zijn te reekenen na de quantiteyt,waarop het turfschip geeykt of gebrant is.
Ter zaake namelijk dat de pagter rekent alleen welke effectivelijk is gelost
Salaris reguleert hij (opsiender) naar het ijken van het schip>.integendeel nae mate dat de schepen groot en geijkt zijn.
Hetzy dat de turf daaruyt gelost wordt of niet
Ende Req. Sig behelpen met dat Coll. Boek om aante toonen de quantiteyt der turf, welke effectivelyk gelost wordt
Niet waar dat de fabrique beter soude gaen met een opsiender om de meerder quantiteyt turff welke opgedaan soude zyn.
Nadien geen meerder is in realiteyt
Verschillende manier van reekenen
Dat uyt de gem. grooterheyd van de rekening der opziender in vergelijking met het boek van de pagter completely wordt gejustificeert het gededuceerde by de 355e en volgens attest van haar …… divertissement
Niet wat er gelost is, maar na dat de scheepen groot en geijkt zijn.
Desselfs verklaringe ten requisitie van de requestrant gegeven, is gepasseert voor den Notaris Van der Stoep
Die teffens is Schout van Swyndrecht en Hendrik Ido Ambacht.
Ondergeschreven Johan van Bijvaa.., openbaar Notaris bij den Hove van Holland, geadmitteert binnen der stat Dordrecht residerende
Opde thiende November 1688
Advertissement van Regten gedaan maken, ende den Hove van Holland overgegeven, uyt den naam ende vanwege de resp. keetmeesteren >> de Oostersche en Westersche keete.
1729
Beklag dat de opsiender en keurmeester in ieder district van den schipper of turfboer trecken sal van ieder hondert tonnen Hollandse Turf 4 stuyver.
En van ieder hondert tonnen Vriesse Turf 3 stuyver.
Te rekenen naar de quantiteyt waarop het turfschip geijkt of gebrant is.
Enkel heffing op turf die geconsumeert wordt.
Geen toepassing van die turf die ten behoeve van de zoutketen onder de voorss ambagt staande wort gedebeteerd en gelost
Dat hoezeer der imp ten keeten zijn geplaatst geworden onder de Ambachte van Swindrecht en H.I.Ambacht opdat derselver smook en damp niet schadelijk sode syn aan de linnen en gaaren bleeckeren ontrent de Stad van Dordrecht gelegen.
Die keeten egter altoos syn geconsidereert voor soo verre des fabrique aangaat, als onder, ja binnen de Stad van Dordrecht leggende.
In de besloote steeden van den selven lande sullen syn soutsieders, panneluyden en grossiers van zout
Art. 27 van de ordonnantie op de Consumptie van het Zout
Dat ten platten lande geen grossiers soutsieders ofte panneluyden vermogen te zijn.
Dat deese soutkeeten van de Requestr moeten geacht worden als binnen de stad van Dordrecht geplaatst te zyn.
En in der selver omkring te behoren
Even en in dier voege als het gelegen is met de soutkeeten tot Delfshaven. Ook Delft
En daaromme het houden van keeten aldaar niet wert verstaan te strijden tegens de gem. ordonnantie op de consumptie van het Zout.
Het is dan ook om deese rede dat niemand zich over deese zoutkeeten eenige beheeringe of Directie kan aanmatigen, dan alleen het Geregte en Kamere Iudicieel van Dordrecht voornoemd.
En daarom tot het raffineren van sout alleen qualificeren die geene die borgers der selver stad syn : art. 18.
Ook: ende opsienders en overluyden hunnen pligt voorgeschreven
Maar particulierlyk ook gestatueert omtrent de maeten, waarmeede het zout gemeten wordt.
Van jaar tot jaar geijkt volgens d’ordere van Burg. En Regeerders van Dordrecht.
Alsmede dat de zoutmeeters en turftonsters alle jaare hunnen Eed moeten vernieuwen . Art. 14
Alle questien sullen worden overgebragt aan de regerende burgemeesters te Dordrecht
Boetens tegen contraventien
Boetens: de ene helft voor de Diaconye: de Armen van Dordrecht
De 2e helft ten profyte van de gemeene Keetmeesteren . Art. 23.
Dat de koopers aan Keetmeesteren van het makelaardy gelt alleen eene gulden restitueren van het hondert zout
’t Geen ten hoogste genomen op een jaar niet meer komt te bedragen als 12 a 13 gulden per pan
Zowel in de Oostersche als Westersche zoutketen omtrent 1200 --- 1300 sacken in ieder pan wort geraffineerd.
Dat de Requestr. Als Ambagtsheren sig geen pouvoir of directie over desselve Fabrique kunnen aanmatigen.
Dat transporten en hypothecatien der soutkeete worden gepasseert voor de geregte der Gerequestr. Resp. Ambagtsheerlykheden.
Ook moet worden betaald de 40e Penning en het Collateraal.
Dat Keetmeesteren ook werden gechargeerd met bewaringe van Brantgeweer
Voldoen aan de keuren op de Staeten, Weegens en Wateringen ook met betrekking
Tot het Klapwakersgelt ?
Als zaken die niets te maken hebben met de Fabrique:
Tamquam passes fores rerum immobilium
Keeten hebben haar eygen waeckers en brantgereedschap die alleen staan ter dispositie van keetmeesters
Wordende aan de Klapwakers jaarlyx eene gulden per pan betaald
Omdat zij het volk van de keeten ‘nachts oproepen
Het Heemrecht.
Een gedeelte van de schoubare wateringe aan deze zyde wat uyt te graven en aan de andere zyde te dempen.
Als om de soutkeete uyt te setten buyten haar depassement als in effekte het Heemregt concernerende.
Verboden het roken van Tabacq.
Deze Keur niet van de Ambachtsheere van Zwyndrecht maar van Dijkgraaf en Hoog Heemraad van Swyndragt waart in generaal
Keetmeesteren alleen met de Dijkgraaf en Heemraden van de Swyndregtse Waart. Is een afzonderlijk college >> geen gemeenschap met de 2 Ambachten.
Keur op verzoek van keetmeesters ter voorkoming van brant.
Daarin kunnen zij niet genoegzaam met haar partien voorzien.
Willen byroepen het publycque ontsag om het werkvolk te meer in toom te houden.
Doos F
De Ambagten van begrip zijn geweest dat deselve Keeten niet konden geconsidereert werden als tot haare jurisdictie te behoren. Ook geen Keuren !
Wel taxatien: noodwendig geschieden door het Gerechte van de plaatse , waarin die goederen gelegen zijn
Renten/ rentmeesters ?? van de Ambachte van Swyndrecht en Hendrik Ido Ambacht gepersuadeert syn geweest dat sy geen het minste gesag ofte Directie over de Requestr. Hebben. Recht van Graaf Willem gegeven aan die van Swyndrecht op Woensdag na St. Maartensdag in ‘’ t jaar 1331
Te vinden in het Groot Placaetboek vol. 2 pag. 1537
Dat een Last ( Impost ! ) op de Friesche Turf niet soude ( opgelegd ) concernerende meergemelde Fabrique
Nadien de Friesche Turf soo een considerabel ingredient en absoluut noodzakelijk ingredient en absoluut noodzakelijk requisiet van die Fabrique.
Op meer dan een plaats op zoek naar een grote quantiteyt van zoutzieden/ zoutzieders ? gerequireerd
Minimaal/ ordinair tussen de 2 en 3 maal hondert duysent ton turf jaarlyx in de keeten van de Requestr. Verstookt.
Last(en) te hoog: betalen voor het gebruik van de haven; de requestr. Kunnen niet de fabrique van bovenst. Belasten
Ordonnantien tot onderhoudinge van de publicque rust en weeringe van onordentelijkheden
Tot zodanige Keuren zijn Ambachtsheren bevoegd volgens Bort in syn Tractaat van de hoge Ambachtsheren . Niet tot nadele
Want ofschoon in den eersten opslag hetbetalen van 3 stuyvers voor elke 100 tonnen Friese Turf seer gering schynt, de last van het uyterste gewigt door de groote meniget van Turf is hoog.
Het getal der tonnen op een jaar tusen de 2 en 3 maal hondert duysent.
500, ja somtijds 600 gulden
Soms vergissingen/ fraudes; halve ladingen of 2/3 ladingen en een ander schip 1/3 dus te veel
Niet effectief gelost.
Regt afkopen voor een sommem van 8000 gulden
De schippers of boeren zijn met de betaling van de gemelde 3 stuyvers gechargeerd.
Deselve egter niet anders doen als dat gelt verschieten (voorschieten)
De last is voor de kopers/requestr.
Verschil tussen tarieven tussen de locaties
Moeilijke zaak: Vriesse en Groningse turfschipers veranderen zeer dilwijls >> komen niet of nooit meer terug.
Vexatien van de kant van de turfdragers: altoos bier, drinkgelt, fooien.
Het is omdat zij de turf niet souden “katten “ ??
Men moet iemand die de harssenen gesloten heeft niet willen wijsmaken dat het alle jaare vexaten zijn.
Zouden schippers zich door simpele bedienden laten ringeloren !! indien de turf door de beugel konde ende overeenkomende was met monster !
Indien sy geene vreese hadden, zouden sy zich niet laten katten !! door foyen proberen op de hant ? te krygen , omdat hare turf seleden met het monster accordeert .
Daarom schippers geen interest in het aanstellen van een opsiender/inspecteur over de turftonsters “die haer nooijt tegen zyn.*
Gelooft iedereen dat de Turffboeren alle die vexatien sullen supporteren ende nog andere lasten zonder die dingen op de eeneof andere wijse in het verkopen van haar turf te verrekenen.
Uydrukkelyk bedingen zij iets
Hetzij dat zy haare turf na mate vandien soo veel duurder verkoopen.
Maar sy ( de schippers) zeggen dat sy niet meerder nemen als de markt is.
En vraagt men wie de arkt stelt: Het sijn d e schippers.
Op de Turf is geen gemeene prijs gestelt als b.v. op et Broot in dese Provincie
Schippers zouden geen calculatie van te voren doen !!??
Turfboeren kunnen voor minder geld verkopen als ze geen lasten hoeven te betalen.
Turf zou veel goedkoper kunnen zijn als er minder geknoeid werd en er een rechte prijs werd betaald en de lonen niet te laag waren.
Op de totale uitgaven maakt het ogenschijnlijk “tijdgebonden “heel veel uit.
Elders was het niet veel beter.
Moraliserende toevoeging: een vorm van geldbeleggen.
Zoutzieders zouden heel veel geld willen verdienen enzo weinig mogelijk lasten hebben.
Het is bekent dat inde Provincie van Overeyssel en specialyk tot Swol seedert eenighe tijt zyn aangelegt geworfden diverse soutketen, die veel geringer lasten hedbbedn als in Hollant
Middelen van consumptie en dagloonen niet zo hoog.
De Turf is vlakbij
Veel beter, goedkoopraffinage als in Holland
Ingesetenen van Overijssel althans dagelijks met hun geraffineerd zout den Rhijn opvaren selfs geheel tot Keulen toe
Grote armoede: een seer groot aantal armen komen te vervallen aan de Diakonie
Tonnen zonder opsiender niet mogelijk; de overheid moet toezicht houden en boeten opleggen.
De turftonsters dienen beeedigd te zijn: selectie: niet per toerbeurt
De opsiender getuigt( natuurlijk) in zijn eigen voordeel “om dese schoone /gemakkelijke proffyte niet te missen”
Dat de dragers niet syn beeedigt, mar integendeel bedienden van keetmeesteren.
Er zijn klagten over de dragers : teveel fooyen, drinkgelden
Toezigt op tonsters hard nodig
Het straffen van turftonsters: daartoe is een opsiender niet bevoegt
Maer sulcx moet geschieden door Officieren en Gerechte die daer tie by de Soeverein zijn geroepen.
En buyten welke , benevens geswooren tonsters, deselve Soeerein niemand requireert
Opsiender : uytvindinge t.b.v. niemant anders als der Ambagtsheren profyte
Vergrotinghe van de Revenuen der Ambachtsheren
Tegenwerping: En daarom moet alles gemoveert werden om te toonen dat deze
Belasting niet nieuwe is, maar dat er altoos een opsiender is geweest.
Hier volgen de 2 laatste geselecteerde punten tot bijna het aantal van 900 :
Dat door de Negligentie of misse(nalatigheid) van een keurmeester, de turftonsters buyten behoorlyk opsigt souden syn en de menschen vexeren
De tonsters staan onder het opsigt der Schoute en Geregte.